Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- de dagvaarding van 2 november 2021;
- de conclusie van antwoord;
- de brieven van de griffier waarmee partijen zijn opgeroepen voor de mondelinge behandeling.
- de heer [eiser] , bijgestaan door zijn gemachtigde mr. B. Özkaya;
- de heer [gedaagde] , bijgestaan door zijn gemachtigde Y. van Weelden.
2.Waar gaat het geschil over?
3.Het geschil
- [gedaagde] te veroordelen om aan hem een bedrag van € 1.383,66 te betalen aan kosten voor herstel van de gebreken, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 juli 2021 tot aan de dag der algehele voldoening;
- [gedaagde] te veroordelen tot betaling van de buitengerechtelijke kosten van € 207,55;
- [gedaagde] te veroordelen tot betaling van de kosten van de procedure en de nakosten.