ECLI:NL:RBMNE:2022:1696
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot wraking rechter wegens vermeende vooringenomenheid ongegrond verklaard
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter in een civiele hoofdzaak, omdat hij meent dat er sprake is van vooringenomenheid. Dit zou blijken uit het niet toestaan van het stellen van vragen aan een getuige en het voortvarend willen afhandelen van de zaak, mede door het onderzoeken van een schikking.
De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 36 Rv Pro en het criterium van objectieve gerechtvaardigdheid van de vrees voor partijdigheid. Beslissingen van de rechter om een zitting niet uit te stellen en een schriftelijke verklaring toe te laten, worden als procedurele beslissingen gezien die geen reden geven tot wraking.
De wrakingskamer concludeert dat er geen sprake is van vooringenomenheid en verklaart het wrakingsverzoek ongegrond. Tevens wordt bepaald dat een volgend wrakingsverzoek van verzoeker in dezelfde procedure niet in behandeling wordt genomen om misbruik van het wrakingsmiddel te voorkomen en de voortgang van de hoofdzaak te waarborgen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter is ongegrond verklaard en een volgend wrakingsverzoek in dezelfde zaak wordt niet in behandeling genomen.