ECLI:NL:RBMNE:2022:1678
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde woning
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de vastgestelde WOZ-waarde van een woning centraal. De gemeente heeft de waarde van de woning vastgesteld op €278.000,- voor het belastingjaar 2021, wat eiser betwist en een lagere waarde van €265.000,- vordert. De rechtbank beoordeelt of de gemeente de waarde niet hoger dan de waarde in het economisch verkeer heeft vastgesteld.
De rechtbank concludeert dat de gemeente met een taxatiematrix en toelichting aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde correct is vastgesteld, waarbij rekening is gehouden met verschillen tussen de woning en referentiewoningen, waaronder gebruiksoppervlakte en voorzieningen. De gedateerde voorzieningen in de woning zijn meegenomen in de waardering, evenals de ligging nabij sportvelden, waarvoor geen waardedrukkend effect wordt aangenomen.
Beroepsgronden die pas op de zitting zijn aangevoerd, zoals de kwaliteit van voorzieningen van referentiewoningen en de KOUDV-factoren, worden buiten beschouwing gelaten wegens strijd met de goede procesorde. Het beroep wordt ongegrond verklaard en partijen zijn gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van de woning wordt ongegrond verklaard.