ECLI:NL:RBMNE:2022:1642
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vastgestelde WOZ-waarde woning in Utrecht
De zaak betreft een geschil over de WOZ-waarde van een in 2015 gebouwde villa in Utrecht met een gebruiksoppervlakte van 396 m2 en een kaveloppervlak van 7.600 m2. Verweerder had de waarde per 1 januari 2018 vastgesteld op € 915.000,-, waartegen eiser bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde.
Verweerder onderbouwde de waarde met een taxatiematrix waarin de woning werd vergeleken met vier referentiewoningen in de buurt, die recentelijk rond de waardepeildatum waren verkocht. De rechtbank oordeelde dat deze referentiewoningen voldoende vergelijkbaar waren en dat met de taxatiematrix op inzichtelijke wijze rekening was gehouden met verschillen in onder meer gebruiksoppervlakte en kavelgrootte.
Eiser voerde aan dat de ligging van de woning een waardedrukkend effect zou hebben vanwege het recht van overpad, overlast door nachtelijke activiteiten op het pad, nabijheid van de snelweg A2 en een aangrenzende stichting. De rechtbank vond dat eiser dit niet voldoende had onderbouwd en dat de relatief lage m2-prijs van de woning ten opzichte van de referentiewoningen de vastgestelde waarde rechtvaardigt.
Ook het verschil in kaveloppervlakte werd door verweerder adequaat gecompenseerd met een grondstaffel, hetgeen door eiser niet werd betwist. De rechtbank concludeerde dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van € 915.000,- wordt ongegrond verklaard.