ECLI:NL:RBMNE:2022:1630
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.R. van Es – de Vries
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vastgestelde WOZ-waarde woning in Utrecht
Eiser betwistte de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van € 870.000,- voor een vrijstaande woning in Utrecht, met een gebruiksoppervlakte van 210 m2 en een kavel van 1.755 m2, per waardepeildatum 1 januari 2020. Eiser stelde een lagere waarde van maximaal € 750.000,- voor en voerde onder meer aan dat de woning gedateerde voorzieningen en een slechte staat van onderhoud heeft, en dat de ligging een grotere waardedrukkende correctie rechtvaardigt.
Verweerder onderbouwde de waarde met een taxatiematrix waarin de woning werd vergeleken met vier referentiewoningen in dezelfde buurt, verkocht rond de waardepeildatum. De rechtbank oordeelde dat deze referentiewoningen voldoende vergelijkbaar waren en dat de verschillen, zoals dakconstructie en staat van voorzieningen, adequaat waren meegenomen in de waardering. De gedateerde keuken en badkamer waren volgens de rechtbank reeds verdisconteerd in de vergelijkingsprijzen.
De stelling van eiser dat de woning een waardedrukkende correctie van 20% voor de ligging behoeft, werd verworpen omdat verweerder een afwaardering van 10% had toegepast en de prijs per vierkante meter van de woning aanzienlijk lager was dan die van de referentiewoningen. De rechtbank vond de onderbouwing van eiser onvoldoende om de vastgestelde waarde te verlagen en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van € 870.000,- wordt ongegrond verklaard.