Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
- [eiseres]
- mr. Hellingman, voornoemd
- [A] , [functie 1] van NSkiV
- [B] , [functie 2] van NSkiV
- mr. Van de Beek, voornoemd.
1.Waar gaat het over?
2.De beoordeling
1.016,00
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres wilde deelnemen aan de Olympische Winterspelen 2022 in Beijing op een specifiek onderdeel en verzocht de Nederlandse Ski Vereniging (NSkiV) haar voor te dragen bij het NOC*NSF. De uiterste aanmeldingsdatum was 24 januari 2022. NSkiV weigerde de voordracht omdat eiseres niet voldeed aan de gestelde prestatie-eisen. Wel werden twee andere atleten voorgedragen die eveneens niet aan de eisen voldeden, vanwege bijzondere omstandigheden door de Covid-19-pandemie.
Eiseres stelde dat zij ongelijk werd behandeld en dat ook zij vanwege de pandemie in aanmerking zou moeten komen voor voordracht. De voorzieningenrechter oordeelde dat het toetsingskader voor besluiten van verenigingen beperkt is en dat er geen sprake was van ongelijke behandeling. NSkiV had op basis van objectieve prestaties onderscheid gemaakt tussen atleten.
Hoewel de voorzieningenrechter erkende dat NSkiV mogelijk onvoldoende oog had gehad voor de gevolgen van de pandemie voor eiseres, vond hij dit onvoldoende gewicht hebben om het beroep op het gelijkheidsbeginsel te honoreren. De vordering werd daarom afgewezen en eiseres werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van eiseres tot voordracht voor de Olympische Spelen wordt afgewezen wegens het niet voldoen aan prestatie-eisen en beperkte toetsingsruimte.