Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 april 2022 in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
de rechter is verhinderd te
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres kreeg een Ziektewetuitkering die per 1 februari 2021 werd verlaagd van 100% naar 70% van het dagloon. Zij maakte bezwaar tegen deze verlaging, stellende dat het dagloon onjuist was vastgesteld vanwege een uitbreiding van haar uren bij een werkgever, wat volgens haar als een nieuw dienstverband moest worden gezien.
De rechtbank oordeelt dat het bezwaar niet-ontvankelijk is omdat het dagloon al eerder, op 9 maart 2020, was vastgesteld en daartegen geen bezwaar was gemaakt. Het primaire besluit betrof alleen het percentage van de uitkering, niet het dagloon zelf. Verweerder had het bezwaar ten onrechte inhoudelijk behandeld.
Eiseres stelde dat het bezwaar als een herzieningsverzoek moest worden gezien, maar de rechtbank volgt dit niet omdat het bezwaarschrift geen aanwijzingen daarvoor bevatte en het onwerkbaar zou zijn om alle bezwaarschriften op andere strekking te onderzoeken.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit, verklaart het bezwaar niet-ontvankelijk en veroordeelt verweerder tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiseres. Het primaire besluit blijft ongewijzigd.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.