ECLI:NL:RBMNE:2022:1498
Rechtbank Midden-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing deelgeschilverzoek inzake schadevergoeding boven bindend advies tandheelkundige behandeling
De zaak betreft een geschil over de aansprakelijkheid en schadevergoeding na een implantologische tandheelkundige behandeling waarbij de patiënt ontevreden was over de uitvoering en de bejegening. De patiënt diende een klacht in bij de KNMT en bracht het geschil vervolgens voor de Stichting Geschillen Instantie Mondzorg (SGIM), die een bindend advies gaf tot een maximale schadevergoeding van €25.000.
De patiënt vordert nu primair een verklaring voor recht dat de verzekerde partijen aansprakelijk zijn voor schade boven dit bedrag en subsidiair de gedeeltelijke vernietiging van de vaststellingsovereenkomst voor zover deze betrekking heeft op de schadevergoeding boven €25.000. De verzekerden verzetten zich tegen de ontvankelijkheid en inhoudelijke toewijzing van deze verzoeken.
De rechtbank oordeelt dat het subsidiaire verzoek niet-ontvankelijk is wegens te late indiening en verkeerde procedurele ingang. Het primaire verzoek betreft een deelgeschil in de zin van artikel 1019w Rv, maar is niet geschikt voor behandeling in een deelgeschilprocedure vanwege de noodzaak van uitgebreide bewijslevering en getuigenverhoren.
De rechtbank wijst het primaire verzoek af en begroot de redelijke kosten van de deelgeschilprocedure op €6.055 exclusief griffierecht, zonder kostenveroordeling wegens het geschil over aansprakelijkheid. De beslissing is gegeven door rechter Killian op 13 april 2022.
Uitkomst: Het primaire verzoek tot vergoeding boven €25.000 wordt afgewezen en het subsidiaire verzoek niet-ontvankelijk verklaard.