ECLI:NL:RBMNE:2022:1482

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
21 april 2022
Publicatiedatum
19 april 2022
Zaaknummer
21/4115
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:75 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling gemeente Hilversum in proceskosten parkeerbelastingzaak na intrekking beroep

Eiser kreeg van de gemeente Hilversum een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd van €68,20. Na bezwaar en een eerdere vernietiging door de rechtbank, handhaafde de gemeente de aanslag bij een nieuwe uitspraak op bezwaar. Eiser stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Midden-Nederland.

Tijdens de procedure vernietigde de gemeente de naheffingsaanslag en gaf aan het betaalde griffierecht en de proceskosten te vergoeden. Hierop trok eiser het beroep in en verzocht de rechtbank om een uitspraak over de proceskostenvergoeding.

De rechtbank oordeelde dat eiser het beroep introk omdat de gemeente aan hem tegemoet was gekomen en veroordeelde de gemeente in de proceskosten van €759, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht, waarbij rekening werd gehouden met de aard van de zaak en de verleende rechtsbijstand.

De uitspraak werd gedaan door rechter R. in 't Veld op 21 april 2022 en is in het openbaar uitgesproken. Partijen werden van de uitspraak op de hoogte gesteld en kregen de mogelijkheid om binnen zes weken hoger beroep in te stellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de gemeente Hilversum in de proceskosten van eiser tot een bedrag van €759 na intrekking van het beroep.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 21/4115

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 april 2022 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser

(gemachtigde: N.G.A. Voorbach),
en

de heffingsambtenaar van de gemeente Hilversum, verweerder

(gemachtigde: B. Westerik).

Procesverloop

Op 25 januari 2021 heeft verweerder aan eiser een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd van in totaal € 68,20 (€ 2,90 kosten parkeerbelasting en € 65,30 kosten van de aanslag).
Bij uitspraak op bezwaar van 11 februari 2021 heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 20 juli 2021 heeft de rechtbank deze uitspraak op bezwaar vernietigd en verweerder opgedragen een nieuwe uitspraak op bezwaar te nemen.
Bij uitspraak op bezwaar van 30 augustus 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het beroep is behandeld op de online zitting van 18 februari 2022. De gemachtigde van eiser is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Ingevolge artikel 8:75a, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de rechtbank, in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, op verzoek van de indiener, dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 van Pro die wet. Het verzoek wordt gedaan tegelijk met de intrekking van het beroep.
2. Het gaat in deze zaak om de naheffingsaanslag parkeerbelasting met nummer [nummer] . Op de zitting heeft verweerder deze naheffingsaanslag vernietigd en meegedeeld het betaalde griffierecht van € 49,- en de proceskosten te vergoeden. Eiser heeft het beroep ingetrokken.
3. Eiser heeft bij de intrekking van het beroep gevraagd om een uitspraak van de rechtbank over de proceskostenvergoeding.
4. De rechtbank stelt vast dat eiser het beroep heeft ingetrokken, omdat de verweerder hem is tegemoetgekomen. De rechtbank ziet aanleiding om verweerder te veroordelen in de kosten die eiser in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken.
5. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 759 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen op de zitting, met een waarde per punt van € 759, en een wegingsfactor 0,5 omdat het gaat om een parkeerbelastingzaak [1] ).

Beslissing

De rechtbank veroordeelt de verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 759,-.
Deze uitspraak is gedaan door R. in 't Veld, rechter, in aanwezigheid van C.L. Fix, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 21 april 2022.
De rechter is verhinderd
deze uitspraak te ondertekenen
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Voetnoten

1.Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 11 november 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:10307.