In deze bestuursrechtelijke zaak stond de beoordeling van een planschadevergoeding centraal. Het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Wijk bij Duurstede had een tegemoetkoming van €4.800 toegekend aan een derde-partij, welke eiseres als ontwikkelaar betwistte. De rechtbank toetste het onderliggende advies van het Stichting Adviesbureau Onroerende Zaken (SAOZ) en vond geen aanleiding om aan de juistheid of volledigheid daarvan te twijfelen.
De rechtbank oordeelde dat bij de planvergelijking het oude bestemmingsplan en het nieuwe bestemmingsplan leidend zijn, waarbij eerdere vergunningen zoals voor kantoorfunctie niet betrokken worden. Eiseres stelde dat de kantoorfunctie wel meegewogen moest worden, maar de rechtbank verwierp dit op grond van geldende rechtspraak. Verder werd het planologisch nadeel erkend, maar de inschatting van SAOZ dat dit nadeel €25.000 bedraagt werd door de rechtbank gevolgd.
Ten aanzien van het normaal maatschappelijk risico werd vastgesteld dat de ontwikkeling niet geheel in de lijn der verwachtingen lag, mede vanwege de ligging op een omsloten binnenterrein met kleinere kavels. Hierdoor was een risico van 4% passend in plaats van 5%, zoals eiseres had bepleit. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde het bestreden besluit van het college zonder proceskostenveroordeling.