ECLI:NL:RBMNE:2022:1394

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
5 april 2022
Publicatiedatum
12 april 2022
Zaaknummer
AWB - 21 _ 4952
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:8 AwbArt. 6:12 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding wettelijke termijn bij erkenning beroepskwalificatie

Eiseres diende een aanvraag in voor erkenning van haar in Canada behaalde diploma om als gastouder te mogen werken. Na afwijzing van haar aanvraag en het indienen van een bezwaarschrift, verklaarde verweerder dit bezwaarschrift niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de wettelijke termijn.

Eiseres erkende de te late indiening zonder geldige reden. De rechtbank oordeelde dat er geen reden was om aan te nemen dat zij niet in verzuim was geweest en verwierp het beroep. Daarnaast was er een apart herzieningsverzoek en een daarop volgend bezwaar en beroep, die niet gelijktijdig behandeld konden worden.

De rechtbank wees het verzoek om aanhouding af en verwees naar een andere procedure voor inhoudelijke beoordeling van de rechtsvragen. De uitspraak werd mondeling gedaan op 5 april 2022.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens overschrijding van de wettelijke termijn, waardoor het bezwaar niet-ontvankelijk is.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 21/4952
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 april 2022 in de zaak tussen

[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. P.S. Folsche),
en
de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Dienst Uitvoering Onderwijs, verweerder
(gemachtigde: mr. F. Hummel-Fekkes).

Inleiding

Eiseres heeft op 7 juli 2020 een aanvraag ingediend bij het Informatiecentrum DiplomaWaardering (IDW) om haar in Canada behaalde diploma Bachelor of Education Primary-Junior te waarderen. Het IDW heeft op 27 augustus 2020 een diplomawaardering afgegeven. Eisers heeft een niveau bereikt dat in Nederlandse termen overeenkomt met dat van 1 jaar van een 2-jarig zij-instroomtraject van de lerarenopleiding basisonderwijs (LOBO).
Op 24 november 2020 heeft eiseres verweerder verzocht het diploma en of de beroepskwalificatie te erkennen om als gastouder te werken.
Bij besluit van 2 december 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres voor een erkenning van haar beroepskwalificatie om te mogen werken in de kinderopvang afgewezen.
Eiseres is het niet eens met het besluit van verweerder en dient op 2 maart 2021 een bezwaarschrift in dat tevens een verzoek aan verweerder is om ambtshalve de aanvraag te herzien.
Bij besluit van 1 november 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk verklaard omdat het te laat is ingediend.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 april 2022. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Voor proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

Overwegingen

1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.
2. Verweerder bij besluit van 1 november 2021 het bezwaarschrift van 2 maart 2020 kennelijk niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de wettelijke bezwaartermijn.
Eiseres heeft erkend zij te laat bezwaar heeft gemaakt en heeft hier geen reden voor gegeven. Er is dan ook geen reden om aan te nemen dat eiseres niet in verzuim is geweest.
Eiseres heeft ook een herzieningsverzoek ingediend, waarop apart is beslist. Kort voor de zitting is gebleken dat zij hiertegen ook bezwaar had gemaakt en dat zij op 1 april 2022 tegen de beslissing op dat bezwaar ook beroep heeft ingesteld.
Dat verweerder in 2 besluiten heeft besloten is niet onjuist omdat het bezwaarschrift dat hier aan de orde is, nou eenmaal ook een herzieningsverzoek inhoudt, waartegen niet ten onrechte apart is beslist. Het is het traject dat eiseres zelf heeft ingezet. Een behoorlijke procesgang laat het niet toe dat het op 1 april 2022 ingediende beroep ook vandaag ter zitting wordt behandeld. Gezien de totaal verschillende rechtsvragen ziet de rechtbank ook geen aanleiding om deze zaak aan te houden en te wachten totdat de andere voor behandeling gereed is. De vraag of het arrest Byankov tot een inhoudelijke beoordeling noopt, kan in de andere procedure aan de orde komen. Voor zover gedaan, wijst de rechtbank het verzoek om aanhouding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J.M. Mol, rechter, in aanwezigheid van mr. L.M. Janssens-Kleijn, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 5 april 2022.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.