ECLI:NL:RBMNE:2022:1393
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen horecavergunning ondanks motiveringsgebrek
De burgemeester van Utrecht verleende op 19 juli 2021 een horecavergunning aan een derde-partij voor exploitatie van een restaurant aan de Nieuwegracht. Verzoekers, waaronder een stichting en omwonenden, stelden dat het horecabedrijf feitelijk een bar exploiteert en gebruikmaakt van een kelderruimte, waardoor het bestemmingsplan wordt overschreden en overlast ontstaat. Zij verzochten de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen die sluiting om 23.00 uur zou afdwingen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het horecabedrijf als restaurant categorie D1 past binnen het bestemmingsplan en dat het gebruik van de bar en kelder de hoofdactiviteit niet wijzigt. Het Ontwikkelingskader Horeca Utrecht was niet van toepassing omdat er geen afwijking van het bestemmingsplan nodig was. Hoewel verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom een sluitingstijd tot 01.00 uur niet uitzonderlijk is, woog het belang van de vergunninghouder zwaarder dan dat van verzoekers.
De voorzieningenrechter constateerde een motiveringsgebrek in het bestreden besluit, maar dit gebrek was herstelbaar. De gevreesde overlast en gezondheidsschade waren onvoldoende concreet onderbouwd. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De uitspraak is definitief en niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de horecavergunning wordt afgewezen vanwege het zwaarder wegen van het belang van de vergunninghouder en herstelbaar motiveringsgebrek.