ECLI:NL:RBMNE:2022:1342
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
WOZ-waarde woning vastgesteld op €845.000 na gegrond beroep tegen gemeente
De zaak betreft een geschil over de WOZ-waarde van een woning aan een adres in Ankeveen voor het belastingjaar 2021, met waardepeildatum 1 januari 2020. De gemeente had de waarde vastgesteld op €916.000, waartegen eiser bezwaar maakte. Dit bezwaar werd door verweerder ongegrond verklaard.
Tijdens de behandeling van het beroep heeft de rechtbank vastgesteld dat verweerder onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de vastgestelde WOZ-waarde niet te hoog is. De taxatiematrix en de onderliggende waarderingen van grond en bijgebouwen waren onvoldoende toegelicht en vertoonden inconsistenties, waardoor de rechtbank twijfels had over de juistheid van de gehanteerde grondprijzen en bijgebouwwaardes.
Eiser stelde een lagere waarde van €839.000 voor, maar kon deze niet nader onderbouwen. Omdat geen van beide partijen hun standpunten voldoende aannemelijk maakte, stelde de rechtbank zelf de WOZ-waarde vast op €845.000. De aanslag onroerendezaakbelasting wordt dienovereenkomstig verminderd en verweerder moet het betaalde griffierecht aan eiser vergoeden.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt vastgesteld op €845.000 en de aanslag onroerendezaakbelasting wordt verminderd.