Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
2.Waar gaat dit kort geding over?
3.De beoordeling
1.016,00
Rechtbank Midden-Nederland
In deze zaak stonden twee eigenaren van aangrenzende percelen tegenover elkaar over het gebruik en onderhoud van een groenstrook tussen hun percelen. Partijen hadden in het verleden afspraken gemaakt over het verleggen van een overpad en het onderhoud van de groenstrook. In 2021 wilde eiser de bestaande afspraken beëindigen en sommeerde hij gedaagde de groenstrook te ontruimen.
Eiser vorderde in kort geding dat gedaagde de groenstrook zou ontruimen en dat hij de buitengerechtelijke en proceskosten zou vergoeden. De rechter concludeerde echter dat eiser onvoldoende spoedeisend belang had aangetoond, omdat niet was gebleken dat hij niet kon wachten op een bodemprocedure. Tevens was de feitelijke situatie onduidelijk en waren er grote meningsverschillen tussen partijen over de situatie na het verleggen van het overpad.
De voorzieningenrechter oordeelde dat nader onderzoek nodig was, bijvoorbeeld door getuigenverhoor, en dat de zaak niet geschikt was voor kort geding. Daarom wees de rechter de vorderingen af en veroordeelde eiser in de proceskosten van gedaagde.
Uitkomst: Vorderingen tot ontruiming groenstrook worden afgewezen wegens ontbreken spoedeisend belang.