ECLI:NL:RBMNE:2022:1290
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op toekenning aanvullende studiefinanciering met terugwerkende kracht
Eiser heeft een basisbeurs, aanvullende beurs en reisproduct ontvangen voor de periode 2012-2013 en een basisbeurs, lening en reisproduct voor 2014-2017. Verweerder heeft de prestatiebeurs omgezet in een gift, waardoor de studieschuld werd verlaagd.
Eiser wilde met zijn beroep alsnog een aanvullende beurs met terugwerkende kracht voor 2014-2017 verkrijgen en deze in mindering brengen op zijn studieschuld. De rechtbank oordeelt dat het bestreden besluit alleen gaat over de omzetting van de prestatiebeurs in een gift en niet over de aanvullende beurs.
De rechtbank stelt dat eiser bezwaar had moeten maken tegen het besluit van 27 september 2014 als hij het niet eens was met het niet toekennen van de aanvullende beurs. De aanvraag met terugwerkende kracht is niet mogelijk en de stellingen van eiser vallen buiten de omvang van het geschil. Ook het beroep op artikel 7 Wet Pro Studiefinanciering biedt geen soelaas.
Het beroep op bijzondere omstandigheden wordt niet inhoudelijk behandeld omdat dit ook buiten de reikwijdte van het geschil valt. De rechtbank wijst het beroep af en ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard omdat het bestreden besluit geen betrekking heeft op de aanvullende beurs met terugwerkende kracht.