Uitspraak
1.De procedure
- mr. R.A. Korver namens verzoekster;
- mr. P.M.E. Bernini;
- mr. G.P.N. Robben, officier van justitie.
Rechtbank Midden-Nederland
In deze strafzaak heeft verzoekster, vertegenwoordigd door mr. R.A. Korver, een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter-commissaris mr. P.M.E. Bernini. Het verzoek betrof het niet toestaan van een regiemoment voorafgaand aan het getuigenverhoor, terwijl verzoekster wilde dat de getuigen eerst met elkaar geconfronteerd konden worden met eerdere verklaringen.
De rechter-commissaris had eerder een verzoek tot uitstel van een getuigenverhoor toegewezen, maar kon wegens agenda- en personele beperkingen geen verdere uitstel verlenen. De wrakingskamer oordeelde dat de beslissing van de rechter-commissaris een procesbeslissing betrof en dat deze niet als vooringenomenheid kan worden aangemerkt.
De wrakingskamer stelde vast dat er geen persoonlijke vooringenomenheid of objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor bestond. Ook eerdere klachten over dossieropbouw en beïnvloeding van getuigen waren te laat ingebracht en onvoldoende om het wrakingsverzoek te ondersteunen.
De wrakingskamer verklaarde het verzoek tot wraking ongegrond en vervolgde de procedure zoals die was opgeschort. Tevens oordeelde zij dat er geen sprake was van misbruik van het wrakingsmiddel, zodat geen wrakingsverbod werd opgelegd.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter-commissaris is ongegrond verklaard en de strafprocedure wordt voortgezet.