AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Voorwaardelijke gevangenisstraf wegens bezit amfetamine en wederrechtelijke vrijheidsberoving
De rechtbank Midden-Nederland heeft verdachte veroordeeld voor twee feiten: het bezit van ongeveer 67,38 gram amfetamine op 8 december 2021 en het wederrechtelijk vrijheidsberoven van twee medewerkers op 1 september 2020. De medewerkers werden door verdachte opgesloten in een kamer, waarbij hij de deur op slot draaide en dreigende uitspraken deed. Verdachte heeft het bezit van amfetamine bekend en de verklaringen van de medewerkers zijn overtuigend.
De verdediging betwistte de wederrechtelijke vrijheidsberoving en stelde dat de deur wel geopend kon worden en dat verdachte geen dreigingen heeft geuit. De rechtbank oordeelde echter dat het bewijs, waaronder aangiftes en verklaringen van de medewerkers, overtuigend was. Verdachte werd strafbaar verklaard voor beide feiten.
Gezien de ernst van de feiten, de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder psychiatrische problematiek en een lopende zorgmachtiging, legde de rechtbank een gevangenisstraf van vijf maanden geheel voorwaardelijk op met een proeftijd van twee jaar. Aan de straf zijn bijzondere voorwaarden verbonden, waaronder meldplicht bij reclassering, opname in een zorginstelling, ambulante behandeling, begeleid wonen en meewerken aan middelencontrole.
De in beslag genomen amfetamine is onttrokken aan het verkeer. De rechtbank achtte de straf passend en geboden, waarbij rekening is gehouden met de ernst van de feiten en de noodzaak van behandeling en begeleiding van verdachte.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van vijf maanden met bijzondere voorwaarden.
Voetnoten
1.Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn, tenzij anders vermeld, als bijlagen opgenomen bij de in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 8 december 2021, genummerd 2021385930, opgemaakt door politie Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 16. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.
2.De verklaring van verdachte, afgelegd op de zitting van 21 maart 2022.
3.Proces-verbaal van bevindingen van 8 december 2021, opgemaakt door [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , p. 15.
4.Kennisgeving van inbeslagneming van 8 december 2021, opgesteld door [verbalisant 2] en [verbalisant 3] , p. 10
5.Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn, tenzij anders vermeld, als bijlagen opgenomen bij de in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 21 december 2021, genummerd 2021385952, opgemaakt door politie Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 4. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.
6.Proces-verbaal onderzoek verdovende middelen van 21 december 2021, opgemaakt door [verbalisant 4] en [verbalisant 5] , p. 1-3.
7.Een geschrift, namelijk: een NFI-rapport van 16 juli 2019, p. 4.
8.Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn, tenzij anders vermeld, als bijlagen opgenomen bij de in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 31 januari 2022, genummerd 2020289696, opgemaakt door politie Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 12. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.
9.Het proces-verbaal van aangifte van 19 januari 2021, opgemaakt door [verbalisant 6] , p. 3-4.
10.Het proces-verbaal van aangifte van 19 januari 2021, opgemaakt door [verbalisant 6] , p. 6-7.
11.De verklaring van verdachte, afgelegd op de zitting van 21 maart 2022.