Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
2.Waar gaat het over?
[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2012 te [geboorteplaats] ;
[minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2013 te [geboorteplaats] .
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland behandelde het verzoek van de Raad om het ouderlijk gezag van de moeder over twee minderjarige kinderen te beëindigen en de pleegmoeder met voogdij te belasten. De moeder handhaafde haar standpunt dat zij het eenhoofdige gezag moet behouden en benadrukte de goede verstandhouding met de pleegmoeder, die samen weloverwogen beslissingen nemen over de kinderen.
De rechtbank overwoog dat het gezag van een ouder alleen kan worden beëindigd indien de kinderen ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd en de ouders dit niet binnen een aanvaardbare termijn kunnen veranderen. Dit was niet het geval; de kinderen wonen sinds 2016 op vrijwillige basis bij de pleegmoeder en het gaat goed met hen. Ondanks een periode van detentie van de moeder in 2019, vervult zij sinds eind 2020 weer een stabiele rol en zijn er goede afspraken over omgang en zorg.
De rechtbank concludeerde dat er geen redenen zijn om het gezag van de moeder te beëindigen. De kinderen hebben een stabiele situatie, de moeder en pleegmoeder overleggen goed en stellen het belang van de kinderen voorop. De rechtbank merkte op dat de wensen van de kinderen verschillen, maar vertrouwt erop dat moeder en pleegmoeder dit samen kunnen oplossen. Het verzoek van de Raad werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot beëindiging van het gezag van de moeder wordt afgewezen; de moeder behoudt het eenhoofdige gezag.