Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 8 maart 2022;
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor van verdachte van 4 februari 2020, genummerd 20200204.1406.9764, opgemaakt door districtsrecherche Gooi en Vechtstreek, houdende een bekennende verklaring van verdachte, pagina’s 1012 tot en met 1014;
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte van 21 november 2019, genummerd PL0900-2019348477-1, opgemaakt door de politie eenheid Midden-Nederland, houdende de verklaring van [slachtoffer 4] , pagina’s 16 tot en met 17;
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte van 9 april 2020, genummerd 20200409.0859.9764, opgemaakt door de districtsrecherche Gooi en Vechtstreek, houdende de verklaring van [A] , pagina 3029 tot en met 3031.
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.
medeplichtigheid aan diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
10.BESLISSING
jeugddetentie van één maand;
taakstraf, in de vorm van een werkstraf, van 100 uren;