Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 18 maart 2022 in de zaak tussen
[winkel], eisers
Rechtbank Midden-Nederland
Eisers, eigenaren van een horecazaak, verzochten het college om een maatwerkvoorschrift zodat zij afvalwater konden lozen zonder gebruik van een vetafscheider en slibvangput. Het college wees dit verzoek af omdat het lozen zonder vetafscheider nadelige gevolgen kan hebben voor de werking van het riool.
De rechtbank onderzocht of het college dit besluit in redelijkheid kon nemen. Eisers stelden dat het begrip 'het bereiden van voedingsmiddelen en daarmee samenhangende activiteiten' te ruim werd uitgelegd door het college, met name dat ook afvalwater van de afwas van servies en bestek van klanten werd meegerekend, terwijl volgens hen alleen het afbakken en uitbakken met keukenapparatuur relevant was.
De rechtbank oordeelde dat het college de wettelijke bepalingen en de toelichting correct heeft geïnterpreteerd. De afwas van servies en bestek van klanten valt onder samenhangende activiteiten en draagt substantieel bij aan het vethoudend afvalwater. Gezien het menu, de hoeveelheid vethoudend afvalwater en de aanwezigheid van andere horecabedrijven die op hetzelfde riool lozen, mocht het college het maatwerkvoorschrift weigeren.
Het beroep van eisers werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eisers tegen de weigering van het maatwerkvoorschrift wordt ongegrond verklaard.