Uitspraak
[verzoekster] uit [woonplaats 1] , verzoekster
[derde partij 2]
Rechtbank Midden-Nederland
Deze bestuursrechtelijke zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening tegen transporten van chalets over een illegale weg naar Chalet Parc in een woonplaats. Verzoekster vreesde schade aan haar perceel door de transporten op 9 en 10 maart 2021 en vroeg om handhaving tegen de weg en de transporten.
De voorzieningenrechter oordeelde dat een voorlopige voorziening alleen kan worden getroffen indien gelijktijdig bezwaar of beroep loopt. Omdat verzoekster geen nieuw handhavingsverzoek had ingediend voor de aankomende transporten, kon alleen de lopende bezwaarprocedure tegen de aanwezigheid van de weg worden betrokken.
Hoewel de weg illegaal is, zijn er geen goede alternatieven voor het transport van chalets en is het vervoer over water niet altijd mogelijk. De voorzieningenrechter vond dat het belang van het chaletpark zwaarder woog dan het belang van verzoekster, mede omdat onvoldoende schade was onderbouwd. Wel gaf hij aan dat verweerder een half jaar de tijd moet krijgen om een structurele oplossing te bieden.
Het verzoek om een voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen chalettransporten over de illegale weg is afgewezen.