Uitspraak
tussenuitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 januari 2021 in de zaak tussen
[eiser] uit [woonplaats] , eiser
[vastgoedontwikkelaar], gevestigd te [plaats]
Rechtbank Midden-Nederland
In deze bestuursrechtelijke zaak gaat het om een geschil over de omgevingsvergunning voor de aanleg van beschoeiing, tuinvlonders en steigers bij negen woningen aan de [adres] in [plaats]. Het college had in 2019 een vergunning verleend, waartegen eiser bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde.
De rechtbank stelt vast dat het bouwplan vrijwel geheel binnen de bestemming Wonen valt en dat de beschoeiingen, tuinvlonders en steigers binnen deze bestemming passen. Echter, een deel van de beschoeiing aan de zuidkant valt binnen de bestemming Water en is niet vergunningvrij en niet in overeenstemming met de planregels. Het college had dit niet onderkend en heeft daardoor niet aan de juiste toetsing en belangenafweging voldaan.
De rechtbank wijst erop dat het college het gebrek kan herstellen door een nieuwe beslissing op bezwaar of aanvullende motivering, waarbij ook de afwijkingsmogelijkheden uit het Besluit omgevingsrecht kunnen worden betrokken. Het college krijgt hiervoor een termijn van acht weken, met een termijn van twee weken om aan de rechtbank te melden of het gebruik maakt van deze herstelmogelijkheid.
De rechtbank houdt verdere beslissingen aan tot de einduitspraak en neemt nog geen beslissing over proceskosten. Tegen deze tussenuitspraak is nog geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: De rechtbank houdt de beslissing aan en geeft het college de gelegenheid het gebrek te herstellen binnen acht weken.