Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
aard van de door verdachte geplaatste afbeeldingen- in zowel de afbeeldingen zelf, maar zeker in samenhang bezien met de daarbij gebruikte bewoordingen - besloten dat daarmee wordt aangezet tot discriminatie, haat en/of gewelddadig optreden. De afbeeldingen roepen immers op om bommen te gooien op specifieke plekken waarvan algemeen bekend is dat daar bepaalde groepen mensen samenkomen en verder om joodse mensen om het leven te brengen. Daarmee is niet alleen sprake van het aanzetten tot haat en geweld, maar ook van het aanzetten tot discriminatie. De afbeeldingen hebben immers een discriminatoir karakter, nu zij beogen een onderscheid te maken tussen bevolkingsgroepen en oproepen tot het verrichten van bepaalde handelingen jegens die bevolkingsgroepen.
aard van de door verdachte geplaatste afbeeldingenbesloten ligt dat daarmee wordt aangezet tot discriminatie, haat en/of gewelddadig optreden.
Verdachte wist aldus op zijn minst van het verwerpelijke karakter van de door hem geplaatste afbeeldingen.
Reeds in de verklaring van verdachte, in samenhang met de aard van de afbeeldingen en uitlatingen, ligt het opzet van verdachte op het beledigen besloten.
Gezien die uitlating was verdachte zich van de aard van die afbeeldingen bewust, zodat verdachte ten minste bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard afbeeldingen openbaar te maken die aanzetten tot discriminatie van, en haat en geweld tegen joden en moslims.