Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Verstekvonnis d.d. 10 maart 2021
De overwegingen van de kantonrechter
De beslissing
.Berendsen, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier
Rechtbank Midden-Nederland
De eisende partij heeft een vordering ingesteld tegen de gedaagde partij, die niet is verschenen en geen verweer heeft gevoerd. De kantonrechter heeft daarom verstek verleend.
De kantonrechter constateert dat de toepasselijke consumentenbeschermende voorschriften zijn nageleefd en dat de vordering niet onrechtmatig of ongegrond is. De vordering wordt bij verstek toegewezen.
De gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 2.661,67, vermeerderd met wettelijke rente over een deel van de hoofdsom vanaf 7 oktober 2020. Tevens wordt de gedaagde veroordeeld tot betaling van proceskosten van € 554,85, inclusief salaris gemachtigde.
De btw-verhoging over advertentiekosten wordt afgewezen omdat niet is gesteld of gebleken dat de eisende partij de btw niet kan verrekenen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en bij niet-tijdige betaling worden aanvullende kosten opgelegd.
Uitkomst: Vordering toegewezen bij verstek met veroordeling tot betaling van hoofdsom, rente en proceskosten.