De rechtbank Midden-Nederland heeft op 27 augustus 2021 een beschikking gegeven in de procedure van een besloten vennootschap die een akkoord aanbiedt op grond van de Wet Homologatie Onderhands Akkoord (WHOA). De procedure omvatte een startverklaring, een stemverslag en een verzoek tot homologatie van het akkoord.
De rechtbank bepaalde de datum en het tijdstip van de zitting waarop het verzoek tot homologatie zal worden behandeld. Omdat niet alle schuldeisersklassen instemden met het akkoord en er nog geen herstructureringsdeskundige was aangewezen, werd op grond van de Faillissementswet een observator benoemd om toezicht te houden op het proces.
De zitting vindt plaats via een videoverbinding, waarbij de verzoekster verplicht is de stemgerechtigde schuldeisers en aandeelhouders tijdig te informeren over de datum, het tijdstip en de mogelijkheid om digitaal deel te nemen. De rechtbank stelde tevens een maximum bedrag vast voor de kosten van de observator en bepaalde dat deze kosten voor rekening van de verzoekster komen.