Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
hierna: verdachte.
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 27 december 2021 de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van verkrachting op 29 februari 2020 in Utrecht. De tenlastelegging betrof het dwingen van aangeefster tot seksuele handelingen door middel van geweld of andere feitelijkheden.
Tijdens de zitting gaf verdachte aan dat het seksuele contact vrijwillig was en ontkende dwang of geweld. Aangeefster verklaarde dat verdachte hardhandig was en zij zich hevig verzette, maar de rechtbank vond de verklaringen en het bewijs onvoldoende om dwang wettig en overtuigend vast te stellen. Getuigenverklaringen en medische stukken boden geen sluitend bewijs voor dwang.
De rechtbank concludeerde dat het seksueel contact wel had plaatsgevonden, maar dat niet bewezen kon worden dat verdachte aangeefster tegen haar wil had gedwongen. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van verkrachting. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege de vrijspraak.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van wettig bewijs voor dwang bij verkrachting.