ECLI:NL:RBMNE:2021:6816
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen WOZ-waarde woning op basis van vergelijkingsmethode
In deze bestuursrechtelijke zaak betwist eiser de door de gemeente vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning aan een adres in een woonplaats. De waarde was vastgesteld op €811.000,- met peildatum 1 januari 2019. Na een ongegrond verklaring van het bezwaar door de gemeente, stelde eiser beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank heeft het beroep behandeld op 24 november 2021, waarbij partijen zich lieten vertegenwoordigen. Verweerder overhandigde een taxatiematrix en een toelichting van een taxateur, waaruit bleek dat de woning was vergeleken met vergelijkbare woningen uit hetzelfde bouwjaar en met gelijke kenmerken zoals wooninhoud, uitstraling en ligging.
Eiser voerde aan dat de inhoudsmaten onjuist waren vastgesteld en dat onvoldoende rekening was gehouden met waardebepalende factoren zoals de staat van onderhoud en het afnemend grensnut. De rechtbank vond echter dat de inhoudsmaten voldoende waren onderbouwd met digitale metingen en correcties, en dat de gehanteerde eenheidsprijzen een afnemend grensnut weerspiegelen. De stellingen van eiser boden onvoldoende grond om de vastgestelde waarde te verlagen.
De rechtbank concludeerde dat verweerder aannemelijk had gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog was vastgesteld en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd mondeling gedaan en partijen werden gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep binnen zes weken.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van de woning wordt ongegrond verklaard en de waarde wordt gehandhaafd.