ECLI:NL:RBMNE:2021:6752

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
17 december 2021
Publicatiedatum
8 juni 2022
Zaaknummer
1614870621
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 312 lid 2 Wetboek van StrafrechtArt. 310 Wetboek van StrafrechtArt. 312 lid 1 Wetboek van StrafrechtArt. 300 lid 1 Wetboek van StrafrechtArt. 47 lid 1 Wetboek van Strafrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van geweld en diefstal bij incident in tuinhuisje

Op 27 maart 2021 vond in Veenendaal een incident plaats waarbij goederen werden weggenomen uit een tuinhuisje en waarbij geweld werd gebruikt tegen meerdere slachtoffers. Verdachte werd primair beschuldigd van diefstal met geweld en subsidiair van mishandeling.

Tijdens de terechtzittingen op 3 september en 3 december 2021 heeft de rechtbank het bewijs onderzocht. De officier van justitie achtte het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, terwijl de verdediging vrijspraak bepleitte met het argument dat verdachte geen geweld had gebruikt en slechts passief aanwezig was.

De rechtbank oordeelde dat niet wettig en overtuigend was bewezen dat verdachte betrokken was bij de diefstal of het geweld. Verdachte was volgens de camerabeelden en verklaringen slechts aanwezig en spoorde de groep aan te vertrekken. De verklaringen van medeverdachten waren onvoldoende concreet om verdachte te verbinden aan geweldshandelingen.

Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van zowel de diefstal als de mishandeling. De vorderingen van de benadeelde partijen werden afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid, en de proceskosten werden ieder voor eigen rekening genomen. Ook werd de vordering tot tenuitvoerlegging afgewezen en het bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van diefstal en mishandeling wegens onvoldoende bewijs.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16/148706-21; 05/192587-16 (TUL) (P)
Vonnis van de meervoudige kamer van 17 december 2021
in de strafzaak tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1999 te [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres] , [woonplaats] .

1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 3 september 2021 en 3 december 2021.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. T. Tanghe en van hetgeen verdachte en zijn raadsman, mr. S.F.W. van 't Hullenaar, advocaat te Arnhem, waarnemende voor mr. S. Grilk, alsmede de benadeelde partij [slachtoffer 1] , bijgestaan door zijn raadsvrouw M. Kubatsch, advocaat te Utrecht, naar voren hebben gebracht.
Ter terechtzitting was tevens aanwezig mw. M. ter Steege, reclasseringsmedewerkster.

2.TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is op de zitting gewijzigd. De gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:
t.a.v. feit 1 primair:op 27 maart 2021 te Veenendaal samen met anderen met braak en (bedreiging met) geweld goederen van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] heeft gestolen;
t.a.v. feit 1 subsidiair:op 27 maart 2021 te Veenendaal samen met anderen [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] heeft mishandeld.

3.VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4.VRIJSPRAAK

4.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen.
4.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft integrale vrijspraak bepleit van het ten laste gelegde. De raadsman heeft hiertoe aangevoerd dat niet kan worden bewezen dat dat verdachte geweld heeft gepleegd, laat staan dat dit geweld zou zijn gepleegd met het oogmerk om een diefstal voor te bereiden of te vergemakkelijken.. Verdachte is slechts met de groep meegegaan en is bij de uitgang van het tuinhuisje blijven kijken. Hij heeft geen geweldshandelingen verricht en is de eerste die het hazenpad kiest. Dit is onvoldoende om verdachte op het niveau van medepleger te brengen.
4.3
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair en subsidiair ten laste gelegde feit heeft gepleegd. De rechtbank overweegt daartoe ten aanzien van het primair ten laste gelegde dat medeverdachte [medeverdachte 1] verdachte en de overige medeverdachten in de veronderstelling heeft gebracht dat hij bedreigd zou worden. Hierop zijn verdachte en drie medeverdachten ter plaatse gekomen om [medeverdachte 1] te hulp te schieten en duidelijk te maken dat ze hem met rust moeten laten. Uit niets volgt dat ook het wegnemen van goederen deel uit zou maken van dit plan. Weliswaar hebben medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] bij het verlaten van het gebouw spullen gestolen, maar bewijsmiddelen dat dit op het moment van het plegen van geweld is opgemerkt door de overige verdachten of dat daarover afspraken zijn gemaakt, ontbreken. Mogelijk hebben zij bij het verlaten van het pand of de autorit terug deze goederen wel gezien, maar deze mogelijke waarneming achteraf is onvoldoende om tot het in de tenlastelegging genoemde oogmerk te komen. Dat moet immers hebben bestaan ten tijde van het plegen van het geweld. Het dossier omvat in het geval van verdachte zodoende onvoldoende bewijs om te kunnen vaststellen dat verdachte geweld heeft gebruikt met het doel om een diefstal voor te bereiden, te vergemakkelijken danwel de buit te verzekeren. De rechtbank gaat er vanuit dat verdachte uitsluitend meeging om bij de vermeende belagers van [medeverdachte 1] verhaal. Nu niet blijkt dat verdachte wetenschap heeft gehad van, of een bijdrage heeft geleverd aan het feit dat anderen goederen hebben meegenomen, dient hij van de primair ten laste gelegde diefstal te worden vrijgesproken.
De rechtbank is van oordeel dat ook de subsidiair ten laste gelegde mishandeling niet bewezen kan worden, omdat niet kan worden vastgesteld dat verdachte zelf geweld heeft gebruikt. Bij de woning waar de mishandeling heeft plaatsgevonden hangen op verschillende plekken camera’s die hebben geregistreerd wat er is gebeurd. Op de beelden is te zien dat verdachte als laatste, enigszins schoorvoetend, het tuinhuisje binnengaat. Hij laat daarbij anderen voorgaan die in eerste instantie achter hem lopen. Te horen is dat verdachte vrij snel en als eerste roept dat zij weg moeten gaan. Hij is ook de eerste persoon die met zijn handen in zijn broekzakken naar buiten wandelt. Als de medeverdachten hem niet onmiddellijk volgen komt verdachte terug en spoort hij de rest van de groep nogmaals aan om te vertrekken. Deze handelingen passen bij de verklaring van verdachte, die stelt dat hij geen geweld heeft gebruikt en bij de deur enkel heeft staan kijken. Het enige processtuk waaruit een actieve bijdrage aan het geweld door verdachte valt af te leiden is de verklaring van medeverdachte [medeverdachte 1] , die in algemene zin stelt dat alle vijf de verdachten hebben geslagen. Hij geeft daarbij niet aan of hij dit zelf heeft gezien of dat dit een vermoeden van hem is. Zijn verklaring is naar het oordeel van de rechtbank dan ook te onbepaald om met voldoende zekerheid vast te kunnen stellen dat hij de verdachte daadwerkelijk geweldshandelingen heeft zien plegen. Twee van de medeverdachten verklaren expliciet dat verdachte niets heeft gedaan. Het handelen van verdachte gaat voor zover de rechtbank vast kan stellen niet uit boven een louter getalsmatige versterking van de groep en dat is in casu onvoldoende om te kunnen spreken van een wezenlijke bijdrage van voldoende gewicht aan het gepleegde geweld. De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van het subsidiair ten laste gelegde.

6.VORDERING TENUITVOERLEGGING

Gelet op de vrijspraak zal de rechtbank de vordering tot tenuitvoerlegging met parketnummer 05/192587-16 afwijzen.

7.BENADEELDE PARTIJ

Benadeelde partij [slachtoffer 1]
heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 1.000,-, bestaande uit immateriële schade, ten gevolge van het aan verdachte ten laste gelegde.
9.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd de vordering van de benadeelde partij in zijn geheel hoofdelijk toe te wijzen, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
9.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich, gelet op de bepleite vrijspraak, op het standpunt gesteld dat de vordering in zijn geheel dient te worden afgewezen.
9.3
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank zal de benadeelde partij [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk verklaren in de vordering, nu verdachte zal worden vrijgesproken. De rechtbank compenseert de kosten van partijen aldus, dat elke partij de eigen kosten draagt.
Benadeelde partij [slachtoffer 2]
heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 885,-. Dit bedrag bestaat uit € 385,- materiële schade en € 500,- immateriële schade, ten gevolge van het aan verdachte ten laste gelegde.
9.4
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd de vordering van de benadeelde partij in zijn geheel hoofdelijk toe te wijzen, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
9.5
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich, gelet op de bepleite vrijspraak, op het standpunt gesteld dat de vordering in zijn geheel dient te worden afgewezen.
9.6
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank zal de benadeelde partij [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk verklaren in de vordering, nu verdachte zal worden vrijgesproken. De rechtbank compenseert de kosten van partijen aldus, dat elke partij de eigen kosten draagt.

5.BESLISSING

De rechtbank:
Vrijspraak
- verklaart het primair en subsidiair ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;
Benadeelde partij [slachtoffer 1]
- verklaart benadeelde partij [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk in de vordering;
- compenseert de proceskosten van de benadeelde partij en verdachte, in die zin dat ieder haar eigen kosten draagt;
Benadeelde partij [slachtoffer 2]
- verklaart benadeelde partij [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk in de vordering;
- compenseert de proceskosten van de benadeelde partij en verdachte, in die zin dat ieder haar eigen kosten draagt;
Vordering tenuitvoerlegging:
- wijst af de vordering tot tenuitvoerlegging met parketnummer 05/192587-16;
Voorlopige hechtenis
- heft op het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.A. Gerritse, voorzitter, mrs. J.O. Zuurmond en J. de Bruin, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L. Steijns, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 17 december 2021.
mr. J. de Bruin is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage: de tenlastelegging
Aan verdachte wordt primair ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 27 maart 2021 te Veenendaal, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
- een speaker (merk: JBL) en/of
- één of meerdere ja
ssen (merk: Armani en/of Airforce) en/of
- een oplader en/of
- één of meerdere oortj
es(merk: JBL) en/of
- een hoeveelheid contant geld (ongeveer: 150 euro) en/of
- één of meerdere tanks/flessen met lachga
sen/of
- één of meerdere
sleutel
s,
in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- die voornoemde personen één of meerdere te
slaan en/of te
stompen in/op het gezicht althans het lichaam en/of
- die voornoemde [slachtoffer 2] één of meerdere malen met een kettingslot, in elk geval een hard en/of zwaar voorwerp, te
slaan in/op/tegen de nek althans het lichaam en/of
- één of meerdere malen met stoelen en/of (glazen)flessen en/of bekers te gooien in/op/tegen (de richting van) die voornoemde personen en/of
- die voornoemde personen de woorden toe te voegen"ik maak jullie allemaal dood" en/of "wie heeft mijn neefje geslagen, ik maak je kankerdood" althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;
(Artikel art 312 lid 2 ahf Pro/sub 2 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 2 ahf Pro/sub 3 Wetboek van Strafrecht, art 310 Wetboek Pro van Strafrecht, art 312 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht)
en subsidiair dat:
hij op of omstreeks 27 maart 2021 te Veenendaal, in elk geval in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] heeft mishandeld door
- die voornoemde personen één of meerdere te slaan en/of te stompen in/op het gezicht althans het lichaam en/of
- die voornoemde [slachtoffer 2] één of meerdere malen met een kettingslot, in elk geval een hard en/of zwaar voorwerp, te slaan in/op/tegen de nek althans het lichaam en/of
- één of meerdere malen met stoelen en/of (glazen)flessen en/of bekers te gooien in/op/tegen (de richting van) die voornoemde personen;
( art 300 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht)