ECLI:NL:RBMNE:2021:6700

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
20 juli 2021
Publicatiedatum
21 april 2022
Zaaknummer
16/041126-21
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10 lid 4 OpiumwetArt. 2 ahf/ond B OpiumwetArt. 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van StrafrechtArt. 359a Wetboek van Strafvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs voor aanwezigheid en wetenschap van cocaïne in auto

Op 11 februari 2021 werd verdachte samen met een medeverdachte in een auto aangetroffen waarin ruim 1001,6 gram cocaïne werd gevonden in een verborgen ruimte in de kofferbak. Verdachte werd beschuldigd van het medeplegen van het vervoeren of aanwezig hebben van deze hoeveelheid drugs.

De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf van 18 maanden, terwijl de verdediging stelde dat de doorzoeking onrechtmatig was en dat verdachte geen wetenschap of beschikkingsmacht over de drugs had. De rechtbank oordeelde dat het enkel besturen van de auto onvoldoende bewijs vormt voor wetenschap of macht over de cocaïne.

Er waren geen sporen zoals DNA of vingerafdrukken die verdachte met de drugs konden verbinden. Daarom verklaarde de rechtbank het ten laste gelegde niet bewezen en sprak verdachte vrij. Daarnaast werd de iPhone aan verdachte teruggegeven en de auto met verborgen ruimte onttrokken aan het verkeer vanwege onduidelijkheid over eigendom en het algemeen belang.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van wetenschap en beschikkingsmacht over ruim 1 kilo cocaïne.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht
Zittingsplaats [woonplaats]
Parketnummer: 16/041126-21 (P)
Vonnis van de meervoudige kamer van 20 juli 2021
in de strafzaak tegen
[verdachte],
geboren op [1990] te [geboorteplaats] ,
wonende te ( [postcode] ) [woonplaats] , [adres] .

1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 6 juli 2021.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. C. Goedegebuure en van hetgeen verdachte en zijn raadsman, mr. R.P. van der Graaf, advocaat te [woonplaats] , naar voren hebben gebracht.

2.TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:
op 11 februari 2021 te Abcoude samen met een ander opzettelijk ongeveer 1001,6 gram cocaïne heeft vervoerd dan wel aanwezig heeft gehad.

3.VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4.VRIJSPRAAK

4.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het ten laste gelegde, waaronder ook het medeplegen, wettig en overtuigend bewezen kan worden.
De officier van justitie heeft gevorderd verdachte voor het door haar bewezen geachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, met aftrek van het voorarrest.
4.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte integraal vrijgesproken dient te worden. Daartoe heeft de raadsman allereerst – kort gezegd – aangevoerd dat de doorzoeking van de auto op onrechtmatige wijze heeft plaatsgevonden. Deze onrechtmatige doorzoeking levert een vormverzuim op als bedoeld in artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering, hetgeen in dit geval volgens de raadsman dient te leiden tot bewijsuitsluiting en bij gebrek aan bewijs tot vrijspraak van verdachte. Daarnaast dient volgens de raadsman vrijspraak te volgen omdat niet bewezen kan worden dat verdachte wetenschap heeft gehad van of beschikkingsmacht over de aangetroffen cocaïne.
4.3
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank zal verdachte integraal vrijspreken en overweegt daartoe als volgt.
Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij al dan niet samen met een ander een hoeveelheid van 1001,6 gram cocaïne heeft vervoerd dan wel dat hij al dan niet met een ander die hoeveelheid cocaïne aanwezig heeft gehad. Voor het bewijs van deze feiten is vereist dat verdachte wist van de aanwezigheid van deze drugs en dat deze drugs zich binnen zijn machtssfeer bevonden. Het is voor een bewezenverklaring aan het Openbaar Ministerie om voor deze wetenschap en beschikkingsmacht voldoende feiten en omstandigheden aan te dragen.
Wat betreft die feiten en omstandigheden stelt de rechtbank vast dat verdachte (de bestuurder) samen met medeverdachte [medeverdachte] (de bijrijder) is aangetroffen in de auto en dat in een verborgen ruimte in de kofferbak van die auto de genoemde hoeveelheid drugs lag. De auto stond niet op naam van verdachte of de medeverdachte. Verdachte heeft ten stelligste ontkend wetenschap te hebben gehad van de aangetroffen drugs. Sporen, zoals DNA, vingerafdrukken of andersoortig bewijs die de aangetroffen drugs of de verborgen ruimte in verband kunnen brengen met verdachte en/of zijn medeverdachte zijn niet voorhanden.
Met de verdediging, en dus anders dan de officier van justitie, is de rechtbank van oordeel dat op basis van de genoemde feiten en omstandigheden niet kan worden vastgesteld dat de verdachte wetenschap heeft gehad van en de beschikkingsmacht heeft gehad over de aangetroffen drugs in de auto. De enkele omstandigheid dat verdachte de auto bestuurde is onvoldoende om daaromtrent anders de concluderen.
Nu verdachte vrijgesproken zal worden behoeft het verweer strekkende tot de bewijsuitsluiting geen bespreking.

5.BESLAG

Blijkens de beslaglijst rust op de volgende goederen nog beslag:
  • een grijze iPhone
  • een Volkswagen Golf, kenteken [kenteken]
Teruggave aan verdachte
De rechtbank zal gelasten dat de genoemde iPhone aan verdachte teruggegeven dient te worden, aangezien deze aan verdachte toebehoort en dit voorwerp niet vatbaar is voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer en het belang van strafvordering zich niet tegen teruggave verzet.
Onttrekking aan het verkeer
Met betrekking tot de in beslag genomen auto kan geen persoon als rechthebbende worden aangemerkt, nu de kentekenhouder [kentekenhouder] expliciet heeft verklaard niet de eigenaar te zijn en de auto slechts op verzoek van een niet door hem bij naam genoemd persoon op zijn naam te hebben gesteld. Vanwege de verborgen ruimte in de auto is deze kennelijk ingericht om goederen aan het ambtelijk toezicht te onttrekken, hetgeen wordt versterkt door de vaststelling dat volkomen onduidelijk is wie nu eigenaar is van de auto.
Het ongecontroleerde bezit van een niet aan een concrete persoon toe te schrijven auto met een verborgen ruimte erin, acht de rechtbank in strijd met het algemeen belang. De rechtbank zal daarom de onttrekking aan het verkeer van dit voorwerp gelasten.

6.BESLISSING

De rechtbank:
Vrijspraak
- verklaart het ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;
Beslag
- gelast de teruggave aan verdachte van de grijze iPhone;
- onttrekt aan het verkeer het volgende voorwerp:
Volkswagen Golf, kenteken [kenteken]
Voorlopige hechtenis
- heft op het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.
Dit vonnis is gewezen door mr. A. Maas, voorzitter, mrs. J.G. van Ommeren en C.S.K. Fung Fen Chung, rechters, in tegenwoordigheid van J.J. Veldhuizen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 20 juli 2021.
Mrs. A. Maas en C.S.K. Fung Fen Chung zijn buiten staat dit vonnis te ondertekenen.
Bijlage: de tenlastelegging
Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 11 februari 2021 te Abcoude, gemeente De Ronde Venen,
althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
opzettelijk
heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of
afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd,
in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad,
ongeveer 1001,6 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal
bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet
behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die
wet;
( art 10 lid 4 Opiumwet Pro, art 2 ahf Pro/ond B Opiumwet, art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1 Wetboek
van Strafrecht )