ECLI:NL:RBMNE:2021:6619
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toekenning WIA-uitkering en mate van arbeidsongeschiktheid
Eiseres, een voormalig senior HR adviseur, meldde zich ziek wegens lichamelijke en psychische klachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV kende haar per 10 december 2019 een loongerelateerde werkhervattingsuitkering toe met een arbeidsongeschiktheid van 76,78%, later bij bezwaar verhoogd naar 78,01%.
Eiseres betwistte deze mate van arbeidsongeschiktheid en voerde aan dat het UWV onvoldoende rekening had gehouden met haar whiplashklachten en dat haar belastbaarheid in bepaalde functies werd overschreden. De rechtbank oordeelde dat het UWV zich terecht baseerde op zorgvuldige, consistente en begrijpelijke medische rapporten van verzekeringsartsen die rekening hielden met zowel psychische als somatische klachten.
De rechtbank vond geen aanleiding om de medische beoordeling te verwerpen, mede omdat eiseres geen objectiveerbare medische informatie had overgelegd die tot twijfel zou leiden. Ook de arbeidskundige beoordeling van de functies waarin eiseres werkzaam zou kunnen zijn, werd als toereikend gemotiveerd beoordeeld.
De rechtbank concludeerde dat het UWV terecht de WIA-uitkering heeft toegekend met een arbeidsongeschiktheid van 78,01% en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het UWV is ongegrond verklaard en de arbeidsongeschiktheid van 78,01% bevestigd.