ECLI:NL:RBMNE:2021:6575

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
8 november 2021
Publicatiedatum
2 februari 2022
Zaaknummer
UTR 21/267
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 AwbArt. 6:5 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet tijdig betalen griffierecht en ontbreken beroepsgronden

De rechtbank Midden-Nederland heeft op 8 november 2021 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser beroep instelde tegen een onbekend besluit. De rechtbank heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser het griffierecht van €48,- niet tijdig had voldaan. Hoewel het griffierecht uiteindelijk wel werd betaald, gebeurde dit te laat en zonder geldige reden.

Daarnaast voldeed het beroepschrift niet aan de vereisten van artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat eiser niet had aangegeven waarom hij het niet eens was met het besluit en het besluit zelf niet had overgelegd. De rechtbank had eiser hierover op 10 maart 2021 aangetekend geïnformeerd, maar er kwam geen reactie.

De rechtbank heeft daarom het beroep niet inhoudelijk behandeld en verklaard niet-ontvankelijk. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd. Omdat het griffierecht uiteindelijk toch betaald was, zij het te laat, zal dit bedrag aan eiser worden terugbetaald.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdig betalen van het griffierecht en ontbreken van beroepsgronden.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 21/267

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 november 2021 in de zaak tussen

[eiser] , te [woonplaats] , eiser,

en

onbekende verweerder, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser tegen een onbekend besluit.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is (artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). Eiser heeft namelijk het griffierecht niet betaald en het beroepschrift voldoet niet aan de wettelijke eisen, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Iemand die in beroep gaat moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, eerste lid, van de Awb. In dit geval is het griffierecht € 48,-.
3. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiser niets aan kan doen.
4. De rechtbank heeft eiser op 23 mei 2021 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat eiser het griffierecht binnen vier weken moet betalen aan de rechtbank.
5. De rechtbank heeft het bedrag niet op tijd ontvangen, het bedrag is namelijk op 3 juli 2021 door de rechtbank ontvangen. Eiser heeft daar geen geldige reden voor gegeven.
6. Iemand die in beroep gaat moet ook zeggen waarom hij het niet eens is met het besluit en dit ook uitleggen en het besluit indienen waar hij het niet mee eens is. Dit staat in artikel 6:5 van Pro de Awb. Als dat niet gebeurt is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom er geen beroepsgronden zijn genoemd en er geen besluit is ingediend. Het gaat dan om omstandigheden waar eiser niets aan kan doen.
7. De rechtbank heeft eiser op 10 maart 2021 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat hij binnen vier weken moet aangeven waarom hij het niet eens is met het besluit en een besluit moet overleggen.
8. Eiser heeft niet gereageerd op deze brief.
9. Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld en de rechtbank zal geen uitspraak over het beroep doen. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.
10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
11. Omdat eiser het griffierecht wel heeft betaald, maar te laat, zal dit aan hem worden terugbetaald.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.M. Reijnierse, rechter, in aanwezigheid van J. Fagel, griffier. De beslissing is uitgesproken op 8 november 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.