ECLI:NL:RBMNE:2021:6553
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling sluiting woning op grond van artikel 13b Opiumwet wegens drugshandel
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de burgemeester van Utrecht de woning van eiser gesloten op grond van artikel 13b van de Opiumwet, vanwege de vondst van een grote hoeveelheid harddrugs, verpakkingsmateriaal, versnijdingsmiddelen en een nepvuurwapen. De sluiting is ingesteld na een anonieme melding en bevestiging door verklaringen van buurtbewoners.
Eiser betwist dat hij drugs heeft gedeald en stelt dat de drugs voor eigen gebruik waren. Hij voert aan dat de burgemeester niet bevoegd was tot sluiting en dat de sluiting niet evenredig is, mede omdat geen strafvervolging is ingesteld en hij door de sluiting in problemen komt met zijn woonsituatie en hulpverlening.
De rechtbank stelt vast dat de burgemeester bevoegd was tot sluiting omdat de hoeveelheid drugs ruim boven de drempel van 0,5 gram lag en er voldoende aanwijzingen zijn voor handel. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat er geen drugshandel was. Ook is de sluiting in redelijkheid toegepast gezien de omstandigheden.
Verder oordeelt de rechtbank dat de gevolgen van de sluiting voor eiser niet onevenredig zijn, omdat het inherent is aan een sluiting dat de bewoner de woning moet verlaten. De verhuurder is een ontbindingsprocedure gestart, maar partijen zijn in overleg over een minnelijke regeling. Eiser heeft procesbelang omdat zijn eer en goede naam door de sluiting zijn aangetast.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek van eiser af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de sluiting van de woning op grond van artikel 13b Opiumwet.