ECLI:NL:RBMNE:2021:653
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsuitkering wegens twijfel hoofdverblijf en vrijheidsontneming
Eiser vroeg op 22 juni 2019 een bijstandsuitkering aan met als opgegeven hoofdverblijfadres een woning te [woonplaats 2]. Verweerder stelde echter gerede twijfel over het hoofdverblijf van eiser, mede door pintransacties en verklaringen die wezen op verblijf bij zijn vader in [woonplaats 3]. Eiser verscheen meerdere keren niet op gesprekken en gaf onvoldoende informatie over zijn verblijfplaats.
Daarnaast werd vastgesteld dat eiser sinds 18 februari 2020 in verzekering was gesteld en in detentie verbleef. Op grond van artikel 13 van Pro de Participatiewet heeft iemand die vrijheidsontneming ondergaat geen recht op bijstand.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet voldeed aan zijn inlichtingen- en medewerkingsplicht en dat de afwijzing van de bijstandsuitkering terecht was. Het beroep werd ongegrond verklaard zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de bijstandsuitkering wordt ongegrond verklaard.