ECLI:NL:RBMNE:2021:6513
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep bijzondere bijstand voor kosten bewindvoering wegens voldoende vermogen
Eiser, die onder bewind staat en reeds bijzondere bijstand ontving voor bewindvoeringskosten, vroeg opnieuw bijzondere bijstand aan na wisseling van bewindvoerder. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser volgens de draagkrachtberekening voldoende vermogen had om de kosten zelf te betalen.
Eiser betwistte de vaststelling van zijn vermogen en stelde dat verweerder onzorgvuldig te werk was gegaan door niet alle relevante kosten en toeslagen mee te nemen in de draagkrachtberekening. De rechtbank oordeelde dat verweerder inderdaad een zorgvuldigheidsgebrek had gemaakt, maar dit werd gepasseerd omdat eiser hierdoor niet in zijn belangen werd geschaad.
Verder stelde eiser dat verweerder zijn beleid onjuist toepaste en dat spaartegoed buiten beschouwing gelaten had moeten worden. De rechtbank verwierp deze gronden omdat eiser dit niet had aangetoond. Ook de stelling dat de maandelijkse kosten van bewindvoering de draagkracht zouden overschrijden, faalde.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, veroordeelde verweerder in de proceskosten van eiser en bepaalde dat het griffierecht aan eiser wordt vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van bijzondere bijstand voor kosten bewindvoering wordt ongegrond verklaard.