Verzoeker was in beroep gegaan tegen een besluit van de heffingsambtenaar omtrent de WOZ-waarde van zijn woning. Na een nieuwe taxatie, waarbij de waarde werd verlaagd, trok verzoeker het beroep in en vroeg vergoeding van zijn proceskosten.
De rechtbank overwoog dat verzoeker geen advocaat had ingeschakeld en daarom alleen kosten voor de taxateur en het griffierecht in aanmerking kwamen voor vergoeding. De taxatiekosten werden vastgesteld op €256,52 inclusief BTW, conform de richtlijn van de belastingkamers, en daarnaast werden kosten voor uittreksels uit het Kadaster van €10,50 toegekend.
De rechtbank veroordeelde de heffingsambtenaar tot betaling van in totaal €267,02 aan verzoeker. Verzoeker kan het griffierecht rechtstreeks bij verweerder verhalen. De uitspraak werd gedaan door rechter R.C. Stijnen op 12 november 2021.