Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 december 2021 in de zaak tussen
[eiser 1] , gevestigd in [vestigingsplaats] ,
Inleiding
28 januari 2021.
[B] , [C] , [D] en [E] . Ook de gemachtigde van vergunninghouder was aanwezig.
Overwegingen
30 januari 2020 een advies uitgebracht over de wijze van funderen van de nieuw te bouwen aanbouw. Naar aanleiding van de ingediende zienswijzen tegen de ontwerpomgevingsvergunning is dit rapport op 10 december 2020 aangevuld en de funderingstechniek gewijzigd. In het rapport van 10 december 2020 is het advies voor toepassing van een fundering op casing draaipalen gewijzigd in een fundering op schroefinjectiepalen, omdat deze palen tijdens het aanbrengen geen wrijving met de grond veroorzaken. Dit rapport maakt onderdeel uit van de omgevingsvergunning en dus moet de fundering op deze wijze worden uitgevoerd. Bij het verweerschrift heeft het college het rapport ‘Funderingsonderzoek/risicoanalyse [adres 2] - [adres 3] [plaats] ’ van [bedrijf 2] van 29 juli 2021 overgelegd. Volgens dit rapport brengt de in het rapport van
10 december 2020 gekozen uitvoeringsmethode geen grote risico’s met zich mee. Er is uitsluitend risico voor het pand van eisers als de ontgraving ten behoeve van de realisatie van de betonnen funderingsbalken dieper reikt dan het aanlegniveau van de bestaande fundering. Volgens het rapport doet deze situatie zich gelet op het constructieblad B01-DL19648 niet voor. Op de zitting heeft het college toegelicht dat in november 2019 een ontgraving is gedaan achter het stadhuis waar de muur van [adres 2] staat. De diepte en breedte van de trapfundering van het pand aan de [adres 2] zijn opgemeten. Ook de staat van de fundering is onderzocht. De fundering was in goede staat. Uit het constructieblad dat onderdeel uitmaakt van de omgevingsvergunning blijkt hoe diep er zal worden ontgraven en dat dit niet dieper zal zijn dan het aanlegniveau van de bestaande fundering van het pand aan de [adres 2] . Volgens het rapport van [bedrijf 2] wordt het risico nog verder verkleind, omdat de sleuven haaks op de bestaande fundering zullen worden gegraven. Mede gezien de ouderdom van de panden adviseert [bedrijf 2] wel sterk om voor de aanvang van de werkzaamheden een monitoringsplan op te stellen en tijdens de uitvoering van de werkzaamheden de panden te monitoren. De rechtbank volgt het college in zijn standpunt dat deze adviezen niet hoeven te leiden tot een vernietiging van de omgevingsvergunning. De rechtbank heeft geen reden om aan te nemen dat niet conform deze adviezen zal worden gehandeld. Op de zitting heeft vergunninghouder bevestigd dat zij deze adviezen te zijner tijd zal opvolgen. Naar het oordeel van de rechtbank is ook op grond van het Bouwbesluit 2012 geen nader onderzoek nodig. In wat eisers aanvoeren ziet de rechtbank geen aanleiding om aan te nemen dat bij de uitvoering van de funderingswerkzaamheden onvoldoende maatregelen zullen worden getroffen om te voorkomen dat deze tot beschadiging van de panden van eisers zal leiden. De omgevingsvergunning is niet in strijd met artikel 8.2 van het Bouwbesluit 2012.
6 september 2021 heeft overgelegd. Daarin is de parkeerbehoefte van het museum [naam] op basis van het te verwachten bezoekersaantal berekend. Deze bedraagt maximaal 12 parkeerplaatsen op zondagmiddag. Uit een parkeertelling blijkt dat er op alle dagen nog ruim voldoende vrije parkeerplaatsen beschikbaar zijn op het nabijgelegen parkeerterrein Walplantsoen om in de extra parkeerbehoefte te voorzien. De rechtbank acht deze motivering voldoende om het gebrek in de omgevingsvergunning te helen.
Ho
6 september 2021 is geheeld.
Beslissing
mr.I.C. de Zeeuw-'t Lam, griffier. De beslissing is uitgesproken 10 december 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.