Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 december 2021 in de zaak tussen
[eiser 2] en [eiseres 3]te [vestigings-/woonplaats] , eisers
Rechtbank Midden-Nederland
Verweerder heeft een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van tijdelijke noodlokalen voor een periode van vijf jaar ten behoeve van een derde partij op een perceel in [plaatsnaam]. Eisers maakten bezwaar tegen deze vergunning, dat ongegrond werd verklaard, waarna zij beroep instelden bij de rechtbank.
De rechtbank beoordeelde onder meer de motivering van het besluit, de naleving van de publicatie- en beslistermijnen volgens de Wabo, de tijdelijke aard van de vergunning en de mogelijke parkeeroverlast. De rechtbank oordeelde dat de motivering niet onvoldoende was en dat verweerder in redelijkheid de vergunning voor vijf jaar kon verlenen, ook al was de tijdelijke behoefte niet betwist.
Verder concludeerde de rechtbank dat de overschrijding van de goothoogte van de noodlokalen gering en ruimtelijk aanvaardbaar was en dat de gevreesde parkeeroverlast niet voortvloeide uit deze overschrijding. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning voor tijdelijke noodlokalen is ongegrond verklaard.