1.6.De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft in de rapportages van 17 juni 2021,
21 juli 2021 en 12 september 2021 geconcludeerd dat de medische informatie die eiser in beroep heeft ingebracht, geen aanleiding geeft om een ander standpunt in te nemen.
Grondslag van het bestreden besluit
2. Verweerder heeft aan het bestreden besluit ten grondslag gelegd dat per
28 november 2019 en per 13 maart 2020 bij eiser geen sprake is van volledige en duurzame arbeidsongeschikt. Eiser wordt per 13 maart 2020 66,02% arbeidsongeschikt geacht. Daarbij heeft verweerder zich gebaseerd op medische en arbeidskundige rapportages.
3. De rechtbank stelt voorop dat verweerder besluiten over iemands arbeidsongeschiktheid mag baseren op rapporten van verzekeringsartsen, wanneer deze op een zorgvuldige manier tot stand zijn gekomen, geen tegenstrijdigheden bevatten en voldoende begrijpelijk zijn. Het is aan eiser aan te voeren (en zo nodig aannemelijk te maken) dat de rapporten niet aan de genoemde eisen voldoen of dat de medische beoordeling onjuist is. Voor het aannemelijk maken dat een medische beoordeling onjuist is, is in beginsel een rapport van een arts noodzakelijk. Dit brengt mee dat de manier waarop iemand zelf zijn gezondheidsklachten ervaart, geen toereikende grondslag vormt voor het aannemen van een hogere mate van arbeidsongeschiktheid.
4. Eiser voert aan dat hij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is en in aanmerking komt voor een uitkering op grond van de Inkomensvoorziening Volledig en duurzaam Arbeidsongeschikten (IVA). Zijn vermoeidheid, beperkte mobiliteit en trage handelingstempo bij dagelijkse activiteiten zullen niet verbeteren en zijn duurzaam. In het geval de rechtbank oordeelt dat eiser niet in aanmerking komt voor een IVA-uitkering, voert eiser aan dat zijn beperkingen zijn onderschat.
Volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid
5. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft op 7 december 2020 gerapporteerd dat het standpunt van eiser dat hij niet belastbaar is niet kan worden gevolgd. Volledige arbeidsongeschiktheid op medische gronden kan alleen worden aangenomen als één van de uitzonderingscriteria van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten (Schattingsbesluit) aan de orde is. Deze criteria zijn:
- opname in een ziekenhuis of instelling als bedoeld in het Schattingsbesluit;
- bedlegerigheid als gevolg van ziekte;
- door ziekte afhankelijk zijn van derden bij het uitvoeren van algemeen dagelijkse verrichtingen;
- door ziekte niet of dermate minimaal functioneren dat een betrokkene psychisch niet zelfredzaam is. Hierbij moet sprake zijn van een ernstige psychische stoornis waardoor betrokkene op de volgende drie niveaus aantoonbaar disfunctioneert: zelfverzorging in het dagelijks leven, het directe samenlevingsverband en de sociale contacten buiten het gezin waaronder werkrelaties.
Bij eiser was op de datum in geding geen van deze situaties aan de orde. Met name is, in tegenstelling tot eerdere herbeoordelingen, geen sprake van een opname in een ziekenhuis.
6. De rechtbank vindt dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep hiermee inzichtelijk heeft gemotiveerd dat eiser per 13 maart 2020 niet volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is. Daarmee komt eiser niet in aanmerking voor een IVA-uitkering.
7. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft in het rapport van 7 december 2020 geconcludeerd dat de medische informatie aanleiding geeft om de FML te wijzigen. Er wordt een aanvullende beperking aangenomen ten aanzien van verhoogd persoonlijk risico en de beperking in duwen/trekken wordt verscherpt naar “sterk beperkt”. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft hier op 7 december 2020 het volgende over gerapporteerd.