Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
thans gedetineerd in [verblijfplaats] ,
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
Ik zag dat [verdachte] in één van de vier separeercellen ging. Ik zag dat dit de separeercel was, welke in de hoek zit. Ik zag dat deze cel en het bijbehorende matras met kussen op dit moment nog intact waren.
Ik zag en hoorde dat [verdachte] tegen beveiliger [slachtoffer 5] zei: "Ik ga jouw vrouw doodmaken, ik ga jouw kinderen verkrachten, ik ga diep, net zo lang door tot ze pijn hebben, ik pak ze stuk voor stuk." Ik hoorde dat [verdachte] zei: ik pak je, ik doe je wat aan, je bent voor mij, nu helemaal, je bent bang voor me, ik heb mijn doel bereikt. Ik hoorde hem roepen: kankerhoer, jij beslist geen dingen voor mij, ik maak je in, je gaat het voelen.
Vandaag, 5 februari 2018, was het eerste contactmoment met [verdachte] . Ik zag en hoorde dag [verdachte] tegen mij zei "kankerhoer, kijk me aan, ik ga je moeder wat aan doen, want ik weet waar jij vandaan komt, ik ga jou verkrachten als ik de kans krijg, ik sla jou voor je kankerkop, ik sla je helemaal verrot."
-gat in deur -wc bril afgebroken
-drie wanden bekrast waarbij er diepe groeven zijn ontstaan
-kapotte lichtschakelaar
-kapotte deurstop.
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en bedreiging met zware mishandeling en bedreiging met verkrachtingen
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en bedreiging met zware mishandeling
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF EN/OF MAATREGEL
9.BENADEELDE PARTIJ
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
- 36f, 37a, 37b, 45, 55, 57, 63, 157, 181, 184a, 266, 285 en 350 van het Wetboek van Strafrecht en
- 13 en 55 van de Wet wapens en munitie;
11.BESLISSING
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;
- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;
- verklaart verdachte strafbaar;
- veroordeelt verdachte tot
- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- gelast dat verdachte ter beschikking wordt gesteld en beveelt dat hij van overheidswege wordt verpleegd;
- overweegt dat de maatregel van terbeschikkingstelling langer kan duren dan vier jaren;
- wijst de vordering van [verbalisant 1] toe tot een bedrag van € 560,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 april 2020;
- veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [verbalisant 1] ;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [verbalisant 1] € 560,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 april 2020, aan de Staat te betalen, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door gijzeling van 11 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op;
- bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen;
- veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.
(art 157 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht )