ECLI:NL:RBMNE:2021:5930
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag Tozo wegens inkomsten boven bijstandsnorm
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor bijstand op grond van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandige ondernemers (Tozo) voor de periode maart, april en mei 2020. Verweerder heeft deze aanvraag afgewezen omdat uit het mutatieoverzicht bleek dat eiser in die maanden bedragen van zijn onderneming naar zijn privérekening ontving die de toepasselijke bijstandsnorm overschreden.
Eiser voerde aan dat deze bedragen geen gerealiseerde omzet waren, maar opgebouwde reserves van de onderneming die hij op zijn privérekening had gezet om in zijn levensonderhoud te voorzien, waardoor er een privéschuld aan de onderneming zou zijn ontstaan. De rechtbank oordeelde dat eiser de bewijslast had om aan te tonen dat hij aan de voorwaarden voor Tozo-bijstand voldeed, maar dat hij hierin niet was geslaagd omdat hij geen bewijsstukken had overgelegd.
De rechtbank stelde vast dat eiser vrijelijk over de bijschrijvingen kon beschikken, deze gebruikte voor vaste lasten en boodschappen, en daarom als inkomsten in de zin van de Participatiewet moesten worden beschouwd. Gezien de hoogte van deze inkomsten voldeed eiser niet aan de voorwaarden voor Tozo-bijstand. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de Tozo-bijstandsaanvraag is ongegrond verklaard omdat de inkomsten boven de bijstandsnorm lagen.