ECLI:NL:RBMNE:2021:5929

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
3 december 2021
Publicatiedatum
3 december 2021
Zaaknummer
UTR 21/3694
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond tegen herbeoordeling arbeidsongeschiktheid WIA

Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van verweerder waarin werd vastgesteld dat zijn arbeidsongeschiktheid ongewijzigd bleef op 73,12% na een herbeoordeling. Verweerder baseerde dit besluit op medische en arbeidsdeskundige rapporten, waaronder onderzoeken door verzekeringsartsen en informatie van de voormalig behandelaar van eiser.

De rechtbank heeft het beroep behandeld en geoordeeld dat de medische rapporten zorgvuldig en inzichtelijk zijn opgesteld. Ondanks de door eiser aangegeven klachten en beperkingen, zijn deze volgens de verzekeringsarts niet ernstiger dan bij de eerdere beoordeling vastgesteld. Eiser heeft geen aanvullende medische informatie aangeleverd die het oordeel van de verzekeringsartsen zou ondermijnen.

Daarom volgt de rechtbank de beoordeling van de verzekeringsartsen en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is mondeling gedaan op 3 december 2021 en partijen zijn gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep.

Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot ongewijzigde vaststelling van arbeidsongeschiktheid wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 21/3694

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van

3 december 2021 in de zaak tussen

[eiser] uit [woonplaats] , eiser,

en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder
(gemachtigde: mr. C.W.P. van den Berg).

Inleiding en procesverloop

Eiser heeft op 2 oktober 2020 bij verweerder gemeld dat hij per 30 september 2020 meer klachten heeft.
In het besluit van 20 november 2020 heeft verweerder eiser medegedeeld dat zijn arbeidsongeschiktheid niet is gewijzigd ten opzichte van de eerdere WIA-beoordeling bij einde wachttijd op 28 januari 2020. Eiser is 73,12% arbeidsongeschikt. Verweerder baseert zich hierbij op een medisch en een arbeidsdeskundig rapport.
Eiser is het hier niet mee eens en heeft bezwaar gemaakt.
In het besluit van 22 juli 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. Verweerder baseert zich hierbij op een medisch en een arbeidsdeskundig rapport in bezwaar.
Eiser is het hier niet mee eens en heeft beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het beroep is op 3 december 2021 via Skype for Business behandeld. Op de zitting waren eiser en de gemachtigde van verweerder aanwezig.
Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan. Partijen zijn op de zitting gewezen op de mogelijkheid om tegen deze mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond
.Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt.

Overwegingen

1. Eiser is het niet eens met de uitkomst van zijn arbeidsongeschiktheidsbeoordeling. Hij voelt zich lichamelijk en psychisch niet stabiel en kan naar eigen zeggen niet werken. Na twee heftige jaren is hij nog steeds afhankelijk van antidepressiva en moet hij zich dagelijks opladen om iets van de dag te maken. Zijn herstel gaat niet zo snel als hij had verwacht.
3. De rechtbank begrijpt dat eiser het niet eens is met de medische rapporten van verweerder. De redenen die eiser daarbij geeft, zijn echter niet voldoende om de medische rapporten terzijde te schuiven. De medische rapporten zijn door verzekeringsartsen opgesteld. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft voor het opstellen van zijn rapport de dossiergegevens bestudeerd en eiser gesproken en onderzocht. Ook is medische informatie over eiser opgevraagd bij de voormalig behandelaar van eiser van het [Instituut] . De rechtbank vindt deze onderzoeksactiviteiten zorgvuldig.
4. De rechtbank oordeelt verder dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep in zijn rapport duidelijk en inzichtelijk heeft uitgelegd hoe hij tot zijn beoordeling is gekomen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep bevestigt de eerdere medische beoordeling. Hij ziet geen aanleiding voor andere klachten of een andere belastbaarheid bij eiser dan bij de eerdere WIA-beoordeling bij einde wachttijd is vastgesteld. Hoewel de klachten en beperkingen die eiser aangeeft aannemelijk zijn, lijken de aard en de ernst van die klachten namelijk niet anders te zijn dan eerder is vastgesteld. Dit blijkt volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep ook niet uit de informatie van de voormalig behandelaar van eiser.
5. De rechtbank ziet geen aanleiding de medische rapporten onjuist te achten. Hoewel de visie van eiser op zijn gezondheidstoestand begrijpelijk is, is dat onvoldoende voor de rechtbank. Eiser heeft namelijk geen medische informatie ingeleverd waarmee dat onderbouwd wordt.
6. De rechtbank volgt dus de medische beoordeling van de verzekeringsartsen. Op basis daarvan heeft verweerder de arbeidsongeschiktheid van eiser ongewijzigd vastgesteld.
7. Het beroep is ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K. de Meulder, rechter, in aanwezigheid van
mr. H.J.J.M. Kock, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
3 december 2021.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.