ECLI:NL:RBMNE:2021:5897
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening studiefinanciering uitwonendenbeurs wegens hoofdverblijf niet aannemelijk
Eiseres ontving studiefinanciering als uitwonende student vanaf november 2020, ingeschreven op een adres in [plaats]. Verweerder voerde een huisbezoek uit en concludeerde dat eiseres niet haar hoofdverblijf had op dat adres, waarna de uitwonendenbeurs werd herzien en terugvordering van €1.534,58 werd ingesteld.
Eiseres betwistte dit en overlegde verklaringen van zichzelf, haar oma en vijf buren die bevestigen dat zij op het BRP-adres woont. De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat eiseres niet op het adres woonde, mede omdat tijdens het huisbezoek werd geklust en persoonlijke spullen mogelijk waren weggeborgen.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit, herroept de primaire besluiten en bepaalt dat eiseres vanaf november 2020 studiefinanciering als uitwonende student ontvangt. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot herziening van de studiefinanciering wordt vernietigd.