ECLI:NL:RBMNE:2021:585
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsanering wegens onherroepelijke veroordelingen en onvoldoende openheid van zaken
Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling vanwege een aanzienlijke schuldenlast van bijna €290.000, waaronder preferente en concurrente schuldeisers. Uit zijn eigen verklaring blijkt dat hij sinds 2008 in financiële problemen verkeert, mede door persoonlijke omstandigheden zoals gezondheidsproblemen en het overlijden van zijn vader. Hij heeft een strafrechtelijke veroordeling voor opzetheling, die onherroepelijk is geworden in 2018, en daarnaast een civiele vordering en schadevergoedingsmaatregel opgelegd gekregen.
De rechtbank heeft een uittreksel uit de Justitiële Documentatie opgevraagd, waaruit blijkt dat verzoeker onherroepelijk is veroordeeld voor ernstige strafbare feiten, waaronder diefstal en witwassen, met een gevangenisstraf en een aanzienlijke geldboete wegens ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Daarnaast heeft verzoeker verkeersboetes en andere schulden bij het CJIB. Verzoeker heeft niet volledig openheid van zaken gegeven over zijn schulden en strafzaken, en heeft slechts een deel van zijn strafdossier overgelegd.
Op grond van artikel 288 lid 1 en Pro lid 2 sub c van de Faillissementswet wordt het verzoek tot schuldsanering afgewezen indien schulden voortvloeien uit onherroepelijke veroordelingen binnen vijf jaar voorafgaand aan het verzoek. Dit is hier het geval. Ook de verkeersboetes en het gebrek aan openheid wegen mee in de afwijzing. De rechtbank concludeert dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die tot een andere beslissing zouden moeten leiden en wijst het verzoek af.
Uitkomst: Verzoek tot schuldsanering wordt afgewezen wegens onherroepelijke veroordelingen en onvoldoende openheid van zaken.