Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
gedetineerd te [verblijfplaats] .
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
de rechtbank begrijpt: QlockTwo), R&C, Certina en Ponte Vecchio. [3]
+ en bij de - van de accu. NN01 is bezig met het opzetten van een hoofdlamp. [10]
- Dat zij samen met haar vriend, [A] , recht boven de juwelier woont op de [adres] in [plaatsnaam] .
- Dat zij rond 04:05 een motor hoorde rijden met een zwaar geluid.
- Dat zij binnen een minuut na het stoppen van de motor een harde knal hoorde.
driepersonen en binnen 18 minuten na de plofkraak, meldt een bewoner van het appartementencomplex dat hij
driepersonen op een scooter de parkeergarage binnen heeft zien gaan en vervolgens heeft zien rennen over de eerste verdieping. Onder de auto van verdachte worden
driebivakmutsen aangetroffen. Op een van de bivakmutsen is DNA van verdachte en zijn glasdeeltjes uit de pui van de juwelier aangetroffen. In de parkeergarage wordt de bij de plofkraak gebruikte motorscooter aangetroffen en onder de auto van verdachte worden naast bivakmutsen onder meer hoofdlampjes aangetroffen. In een kruipruimte van datzelfde appartementencomplex, op ongeveer 15 meter afstand van de auto en kleding, worden sieraden en horloges van [benadeelde partij 1] teruggevonden. Verdachte blijkt zich in een tuin op de eerste verdieping direct boven de parkeergarage te hebben verstopt en wordt twaalf minuten na de melding dat drie jongens op een scooter het appartementencomplex binnenkomen, aangehouden. De schoenen die verdachte aan had tijdens zijn aanhouding zijn vergeleken met de schoenen van een van de daders van de plofkraak en hieruit volgt dat de schoenen overeenkomsten vertonen. Verdachte heeft verklaard dat zijn DNA op de bivakmuts terecht is gekomen omdat hij de spullen, waar de drie andere jongens die de plofkraak zouden hebben gepleegd mee aan kwamen, juist bij zijn auto vandaan heeft verplaatst omdat hij ze niet in of in de buurt van zijn auto wilde hebben. Dit klopt niet met het feit dat de bivakmutsen ónder de auto van verdachte zijn aangetroffen. Een andere verklaring over de aanwezigheid van zijn DNA op de bij de plofkraak gebruikte bivakmuts is niet gegeven.
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF EN MAATREGEL
9.BESLAG
10.BENADEELDE PARTIJ
Liquidatietarief rechtbank en gerechtshovenwaarbij krachtens tarief I (tarief geldt met betrekking tot zaken van een geldwaarde tot € 10.000,-) ieder punt wordt gewaardeerd op € 478,-. Voor het opstellen en indienen van het voegingsformulier en de behandeling ter terechtzitting in eerste aanleg kent de rechtbank telkens een punt toe, zodat aan proceskosten zal worden toegewezen een bedrag van (2 x € 478,- =) € 956,-.
11.VORDERING TENUITVOERLEGGING
12.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
13.BESLISSING
jeugddetentievan
12 maanden;
maatregel betreffende het gedrag van de jeugdigevoor de duur van
12 maanden, die eruit bestaat dat verdachte:
dadelijk uitvoerbaaris;
- legt aan verdachte op de
- beveelt dat verdachte:
zie Bijlage II voor een kaartje van het Locatiegebod). De politie ziet toe op handhaving van dit verbod;
dadelijk uitvoerbaaris;
- wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] B.V. toe tot een bedrag van
- veroordeelt verdachte tot hoofdelijke betaling aan de benadeelde partij van € 9.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 maart 2021 tot aan de dag der algehele voldoening en tot betaling van € 956,-;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij of een ander op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde heeft vergoed;
- wijst de vordering van de benadeelde partij dhr. [benadeelde partij 2] toe tot een bedrag van
- veroordeelt verdachte tot hoofdelijke betaling aan de benadeelde partij van € 5.450,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 maart 2021 tot aan de dag der algehele voldoening;
- legt aan verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van de benadeelde partij aan de Staat € 5.450,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 maart 2021 tot aan de dag der algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal wordt deze verplichting aangevuld met 109 dagen gijzeling. Toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij of een ander op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een of meer bewoners van boven-/omliggende woningen en/of (toevallige) voorbijgangers, in elk geval gevaar voor levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen, te duchten was;
( art 157 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 157 ahf Pro/sub 2 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht )
door middel van braak en/of verbreking;
( art 310 Wetboek Pro van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf Pro/sub 4 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf Pro/sub 5 Wetboek van Strafrecht )