Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.VORDERING
3.BEOORDELING VAN DE VORDERING
- handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd, en handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, op 16 juli 2018;
- opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod, op 16 juli 2018;
- opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, in de periode van 8 oktober 2014 tot en met 13 november 2014 en
- witwassen in de periode van 1 juli 2014 tot en met 16 juli 2018.