ECLI:NL:RBMNE:2021:5664
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens onjuiste kwalificatie bezwaarschrift en doorzending aan verweerder
Eiser heeft beroep ingesteld tegen een besluit van verweerder van 4 december 2020. Eerder had eiser een brief van 7 oktober 2020 gestuurd met een verzoek tot ambtshalve wijziging van een besluit van 7 juli 2020. Verweerder kwalificeerde deze brief ten onrechte als een bezwaarschrift en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de termijn.
De rechtbank oordeelt dat de brief van 7 oktober 2020 geen bezwaar betreft maar een verzoek tot ambtshalve wijziging. Hierdoor kon verweerder geen beslissing op bezwaar nemen. Het besluit van 4 december 2020 wordt gezien als een primair besluit waartegen bezwaar openstaat. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk volgens artikel 8:54 Awb Pro.
De rechtbank besluit het beroepschrift door te zenden aan verweerder als bezwaarschrift conform artikel 6:15 Awb Pro. Tevens wordt verweerder opgedragen het betaalde griffierecht van €49,- aan eiser te vergoeden. Daarnaast moet verweerder een proceskostenvergoeding van €748,- betalen, omdat eiser professionele juridische hulp inschakelde. De uitspraak is gedaan door rechter R.C. Moed op 7 oktober 2021.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en doorgezonden als bezwaarschrift aan verweerder met vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.