ECLI:NL:RBMNE:2021:5630

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
5 november 2021
Publicatiedatum
19 november 2021
Zaaknummer
UTR 20/3321
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond wegens niet-ondertekend bezwaarschrift bij AOW-uitkering

Eiser diende beroep in tegen het besluit van de Sociale Verzekeringsbank waarin zijn bezwaar niet-ontvankelijk werd verklaard wegens het ontbreken van een handtekening onder het bezwaarschrift. Eiser stelde dat hij wel degelijk een handtekening had gezet en begreep niet waarom hij geen AOW-uitkering ontving.

De rechtbank stelde vast dat het bezwaarschrift van 23 maart 2020 niet was ondertekend. Verweerder had eiser de mogelijkheid geboden om alsnog te ondertekenen, maar hiervan werd geen gebruik gemaakt. De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van de handtekening een wettelijke tekortkoming is die rechtvaardigt dat het bezwaar niet-ontvankelijk wordt verklaard.

De rechtbank verwierp het beroep als kennelijk ongegrond, omdat het ondertekenen van andere documenten zoals de aanvraag en het beroepschrift niet hetzelfde is als het ondertekenen van het bezwaarschrift. Eiser kreeg geen vergoeding van proceskosten en het beroep werd afgewezen.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat het bezwaarschrift niet is ondertekend en daarom terecht niet-ontvankelijk is verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 20/3321

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 november 2021 in de zaak tussen

[eiser] te [woonplaats] , eiser

en

Sociale Verzekeringsbank, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend op 4 september 2020 tegen het besluit van verweerder van 27 augustus 2020.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. De rechtbank moet beoordelen of verweerder het bezwaar van eiser in het besluit van 27 augustus 2020 niet-ontvankelijk heeft mogen verklaren, omdat eiser het bezwaarschrift niet zou hebben ondertekend.
3. Eiser heeft in zijn brieven van 1 maart 2021 en 18 juni 2021 aan de rechtbank – samengevat – geschreven dat hij niet begrijpt dat er constant wordt gezegd dat hij geen handtekening heeft gezet. Dat heeft hij al diverse keren wel gedaan. Eiser begrijpt ook niet waarom hij geen AOW-uitkering krijgt van verweerder. Eiser heeft de AOW-uitkering nodig om de opslag van zijn huisraad te betalen.
4. De rechtbank stelt op basis van de dossierstukken vast dat eiser zijn bezwaarschrift van 23 maart 2020 niet heeft ondertekend. Verweerder heeft eiser vervolgens op 15 juli 2020 de mogelijkheid gegeven om alsnog een handtekening onder het bezwaarschrift te zetten. De rechtbank stelt op basis van de dossierstukken vast dat eiser van deze mogelijkheid geen gebruik heeft gemaakt. Verweerder mag het bezwaar dan niet-ontvankelijk verklaren. Het bezwaarschrift voldoet dan namelijk niet aan de wettelijke eisen. [1]
5. Wat eiser in beroep aanvoert, geeft de rechtbank geen aanknopingspunt voor een ander oordeel. Dat eiser diverse keren een handtekening heeft gezet (zoals onder de aanvraag voor een AOW-uitkering en het beroepschrift), is niet hetzelfde als een handtekening onder het bezwaarschrift. De handtekeningen zijn ook verschillend. Dat eiser het beroepschrift heeft ondertekend, betekent niet dat hij daarmee het ontbreken van de handtekening onder het bezwaarschrift alsnog heeft gecorrigeerd. Het beroep is kennelijk ongegrond. [2]
6. Eiser krijgt geen gelijk en daarom ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.G.M. van Veen, rechter, in aanwezigheid van
mr. H.J.J.M. Kock, griffier. De beslissing is uitgesproken op 5 november 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
De griffier is verhinderd deze rechter
uitspraak te ondertekenen
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

Voetnoten

1.Artikel 6:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)
2.Artikel 8:54 van Pro de Awb