ECLI:NL:RBMNE:2021:5544
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag Verklaring Omtrent het Gedrag voor taxichauffeur na veroordeling poging zware mishandeling
Eiser heeft op 27 januari 2021 een aanvraag ingediend voor een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) om als taxichauffeur te kunnen werken. Verweerder heeft deze aanvraag op 26 februari 2021 afgewezen en het bezwaar van eiser op 26 mei 2021 ongegrond verklaard. Eiser stelde beroep in tegen deze besluiten.
De afwijzing is gebaseerd op een veroordeling van eiser op 3 november 2020 wegens poging tot zware mishandeling, waarvoor een taakstraf van 100 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 weken met proeftijd is opgelegd. Daarnaast is een strafbeschikking wegens snelheidsovertreding uit 2017 meegenomen. De rechtbank stelt vast dat aan het objectieve criterium voor weigering van een VOG is voldaan, en dat het geschil zich richt op de toepassing van het subjectieve criterium.
De rechtbank overweegt dat verweerder bij de belangenafweging terecht heeft geconcludeerd dat het belang van de samenleving bij bescherming tegen het risico dat uit het strafbare feit voortvloeit, zwaarder weegt dan het belang van eiser bij het verkrijgen van de VOG. De korte tijd sinds de veroordeling, de aard van het delict en het feit dat eiser nog in proeftijd is, wegen zwaar. Eiser heeft onvoldoende onderbouwd waarom de persoonlijke omstandigheden tot een ander oordeel zouden moeten leiden. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de VOG-aanvraag wordt ongegrond verklaard.