Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.VORDERING
3.BEOORDELING VAN DE VORDERING
4.TOEGEPAST WETSARTIKEL
5.BESLISSING
€ 52.457,50;
€ 49.834,62aan de staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel;
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland heeft op 12 november 2021 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte die zich schuldig heeft gemaakt aan de illegale hennepteelt van minimaal 237 planten en diefstal van elektriciteit over een periode van ruim twee jaar. Verdachte heeft bekend deze feiten te hebben gepleegd, met als motivatie het financieren van zijn GHB-verslaving. De rechtbank acht bewezen dat verdachte dit samen met minstens één ander persoon heeft gedaan.
De rechtbank weegt mee dat hennepteelt en drugshandel vaak gepaard gaan met ernstige criminaliteit en dat de diefstal van elektriciteit gevaar voor elektrocutie en brand in een woonwijk opleverde. Verdachte heeft geen eerdere justitiële contacten, toonde verantwoordelijkheid door direct te verklaren en is intrinsiek gemotiveerd om van zijn verslaving af te komen, hoewel nog hulp nodig is.
De straf bestaat uit een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand met bijzondere voorwaarden zoals reclasseringstoezicht, ambulante behandeling, middelencontrole en schuldhulpverlening, aangevuld met een taakstraf van 140 uur. Daarnaast is veroordeelde verplicht het wederrechtelijk verkregen voordeel van €49.834,62 aan de Staat te betalen, na een vermindering van 5% wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De berekening van het ontnemingsbedrag is gebaseerd op negen oogsten met een gemiddelde opbrengst van 3,75 kilogram hennep per oogst tegen €3.700 per kilogram, minus kosten en een verdeling van het voordeel met een mededader. De rechtbank verwerpt het verzoek van de verdediging tot matiging van het bedrag vanwege de financiële situatie van verdachte.
Het vonnis is gewezen door de meervoudige kamer en is gebaseerd op verklaringen van verdachte, politieonderzoek en een rapport van Liander N.V. De rechtbank stelt de betalingsverplichting vast en bepaalt een maximale gijzelingstermijn van drie jaar voor het geval niet wordt betaald.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot betaling van €49.834,62 aan wederrechtelijk verkregen voordeel, een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand en een taakstraf van 140 uur.