ECLI:NL:RBMNE:2021:5497
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing urgentieverklaring wegens zelf veroorzaakte betalingsachterstand en geen toepassing hardheidsclausule
Eiseres woonde sinds 2013 in een woning op basis van een WLZ-indicatie met begeleiding, maar stopte deze in 2016. Daarna ontstond een betalingsachterstand die opliep, ondanks bewindvoering en pogingen tot betalingsregelingen. De woning moest uiterlijk 1 maart 2021 worden ontruimd. Eiseres vroeg op 30 december 2020 een urgentieverklaring aan voor woonruimte voor haar en haar minderjarige kinderen.
Verweerder weigerde de urgentieverklaring omdat eiseres volgens artikel 11 lid Pro 4g van de Huisvestingsverordening Almere de situatie zelf had veroorzaakt of had kunnen voorkomen. De rechtbank oordeelde dat eiseres verantwoordelijk was voor de betalingsachterstand en het ontstaan van het woonprobleem, ook na beëindiging van de begeleiding. Het aanbod van begeleid wonen via het Leger des Heils werd niet als passend erkend, maar eiseres had dit onvoldoende onderbouwd.
De rechtbank vond ook dat de hardheidsclausule niet toegepast hoefde te worden, omdat eiseres en haar kinderen op het moment van het bestreden besluit over zelfstandige woonruimte beschikten. De dreiging van dakloosheid was niet aannemelijk gemaakt. Medische problemen werden niet onderbouwd en de belangen van de kinderen waren voldoende meegewogen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van de urgentieverklaring wordt ongegrond verklaard.